NJB 2022/1528
Voordeelsontneming, art. 36e Sr: bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in voornoemde bepaling, worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. In casu kon het hof oordelen dat de betrokkene zelf daadwerkelijk voordeel heeft verkregen tot het bedrag van de door hem aangenomen en ontvangen giften, omdat de betrokkene volledig over het bedrag van de voor hem bestemde giften heeft kunnen beschikken. Dat is in casu niet anders doordat de betrokkene ervoor had gekozen een deel van die giften niet op zijn privérekening te doen uitkeren, maar op de rekening van [A] B.V. In casu kon het hof voorts oordelen dat bij de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel de belastingheffing bij [A] B.V. niet in aanmerking behoeft te worden genomen. Anders dan in HR 12 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:1, is de vraag naar de toepasbaarheid van het fiscale mechanisme nu niet aan de orde, omdat de mogelijkheid dat [A] B.V. winstbelasting verschuldigd zou worden en een uitkering aan de betrokkene tot heffing van vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting zou kunnen leiden, irrelevant is voor de omvang van het door de betrokkene wederrechtelijk met de voltooiing van de bewezenverklaarde feiten verkregen voordeel. Voor zover die belastingschulden (zijn) ontstaan, is dat het gevolg van de keuze van de betrokkene om de aan hem gedane giften te laten uitbetalen via de bankrekening van [A] B.V. A-G: anders.
HR 14-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:840
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 juni 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
20/01074 P
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:840, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑06‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:365, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑04‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑08‑2021
- Wetingang
(art. 36e Sr)
Essentie
Voordeelsontneming, art. 36e Sr: bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in voornoemde bepaling, worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. In casu kon het hof oordelen dat de betrokkene zelf daadwerkelijk voordeel heeft verkregen tot het bedrag van de door hem aangenomen en ontvangen giften, omdat de betrokkene volledig over het bedrag van de voor hem bestemde giften heeft kunnen beschikken. Dat is in casu niet anders doordat de betrokkene ervoor had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.