Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/8.2.3.5:8.2.3.5 Last tot inning / Stille cessie
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/8.2.3.5
8.2.3.5 Last tot inning / Stille cessie
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585942:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in het kader van art. 3:94 lid 1 BW ten aanzien van het onderhandelen over een vordering teneinde een schikking te bereiken, Hof 's-Hertogenbosch 19 september 2007, JOR 2008/80, m.nt. S. Boot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
475. De aan de vorige paragrafen ontleende inzichten kunnen als volgt op de stille cessie worden toegepast. Na de stille cessie is de stille cessionaris uit hoofde van zijn schuldeiserschap in beginsel exclusief bevoegd om de beschikkingshandelingen jegens de schuldenaar te verrichten. Krachtens (privatieve) lastgeving kunnen de stille cedent en de stille cessionaris evenwel een andere verdeling van bevoegdheden overeenkomen.
Is alleen een last tot inning gegeven, dan volgt uit de toekenning van de inningsbevoegdheid niet dat de stille cedent tot het verrichten van de genoemde beschikkingshandelingen bevoegd is. Ook op grond van (de overeenkomstige toepassing van) art. 3:62 lid2 tweede zin BW zal de stille cedent niet bevoegd zijn om deze beschikkingshandelingen te verrichten, omdat zij niet dienstig zijn tot het bereiken van het doel waarvan de last tot inning is gegeven. De beschikkingshandelingen zijn tegenstrijdig aan de inning van de vordering.
476. De stille cedent zal tot het verrichten van deze beschikkingshandelingen wél bevoegd zijn, als hem krachtens lastgeving de beheersbevoegdheid is toegekend en de desbetreffende handeling in de gegeven omstandigheden dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering. De stille cedent is bijvoorbeeld bevoegd om de vordering niet te innen, maar af te schrijven, als het een vordering op een schuldenaar betreft die geen verhaal biedt of die niet dan na een uitvoerige procedure met onzekere afloop tot betaling kan gedwongen. In dat kader is het goed verdedigbaar dat de stille cedent bevoegd is om een schikking aan te gaan in het kader van de beëindiging van een geschil als bedoeld in art. 87 Rv (schikkingscomparitie) en voorts als het voorwerp van het geschil een waarde van 700 euro niet te boven gaat, zoals bij bewind de regel is (art. 1:441 lid2 sub e BW; art. 3.6.1.5 lid 2 sub e Ontw.BW; en art. 4:169 lid1 sub c BW).
Buiten deze gevallen is de stille cedent alleen bevoegd om deze rechtshandelingen te verrichten, als hem de bevoegd daartoe ondubbelzinnig in de last toegekend (vgl. art. 3:62 lid 2 eerste zin BW). Gelet op de regeling bij vergelijkbare rechtsfiguren zoals bewind, ligt naar mijn mening bij de stille cessie een regeling voor de hand waarbij de stille cedent alleen met toestemming van de stille cessionaris de desbetreffende beschikkingshandeling kan verrichten, als deze niet dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering. De stille cessionaris is tot het verrichten van deze beschikkingshandelingen evenmin bevoegd zonder de toestemming van de stille cedent, zolang de stille cedent het beheer over de vordering heeft. Verricht de stille cessionaris een van de beschikkingshandelingen rechtstreeks jegens de schuldenaar, dan zal hierin een mededeling van de stille cessie besloten liggen.1 Is deze beschikkingshandeling met toe stemming van de cedent verricht, dan ligt hierin niet tevens de opzegging van de lastgeving besloten.
477. Verricht de stille cedent in eigen naam een beschikkingshandeling jegens de schuldenaar, dan bindt hij daardoor rechtstreeks de stille cessionaris, omdat hij in een dergelijk geval een bevoegdheid van de stille cessionaris als schuldeiser uitoefent. De stille cedent oefent in deze gevallen niet een eigen bevoegdheid uit, maar een bevoegdheid die onderdeel uitmaakt van de aan de stille cessionaris toebehorende vordering. Daaraan doet niet af dat hij de rechtshandelingen, zoals het aangaan van een vaststellingsovereenkomst, een arbitrageovereenkomst of een overeenkomst waarbij hij afstand doet van de vordering, in eigen naam verricht. Het verrichten van deze rechtshandelingen verschilt in dit opzicht niet van de uitoefening van andere bevoegdheden, zoals het innen van de vordering, dat ook in eigen naam van de stille cedent kan gebeuren en daardoor dezelfde rechtsgevolgen voor de stille cessionaris bewerkstelligt.