RvdW 2026/100:Overval met ‘inside job’ in 2016 in Amsterdam op waardetransport van luxegoederen (horloges en sieraden) door als bestuurder van bestelbus met medeverdachte en bijrijder naar afgelegen plek te rijden, waarna luxegoederen zijn buitgemaakt, bijrijder is bedreigd, van zijn vrijheid is beroofd en onder bedreiging zijn mobiele telefoon moest afgeven, en bestelbus door overvallers is leeggehaald en in brand gestoken, terwijl verdachte en bijrijder nog in bestelbus zaten. Medeplegen diefstal met geweld en afpersing (art. 312 lid 2 onder 2 Sr en art. 317 lid 3 Sr jo. art. 312 lid 2 onder 2 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 lid 1 Sr), medeplegen brandstichting (art. 157 lid 2 Sr) en medeplegen vernieling van bestelbus (art. 350 lid 1 Sr). 1. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid voor bewezenverklaring van het in bestanden genoemde ‘gesprek’ en medeplegen. 2. Bewijsklacht brandstichting t.a.v. ‘te duchten levensgevaar’ a.b.i. art. 157 Sr. Kon hof oordelen dat levensgevaar voor bijrijder te duchten was en dat dit voor verdachte en medeverdachten t.t.v. brandstichting voorzienbaar was? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/98 en RvdW 2026/99.