Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/1.2:1.2 Afbakening van het onderzoek
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/1.2
1.2 Afbakening van het onderzoek
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS495057:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek beperkt zich tot de juridische aspecten van de voor uitgevende instellingen geldende openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie. Ingezien moet worden dat op dit terrein tal van juridische deeldisciplines samenkomen, zoals Europees recht, effectenrecht, vennootschapsrecht, jaarrekeningrecht, bestuursrecht en strafrecht. Omdat de beantwoording van rechtsvragen over de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie nu eenmaal dikwijls kennis vergt van meerdere van deze rechtsgebieden, is er bewust voor gekozen om uitgebreide inleidende beschouwingen op te nemen in de hoofdstukken 3 (Openbaarmaking van koersgevoelige informatie: de Europese benadering) en 9 (Toezicht en handhaving) van deze studie. Op deze wijze zal ook degene die niet of minder vertrouwd mocht zijn met Europees recht, bestuursrecht of strafrecht enige kennis en begrip daarvan bijgebracht worden. In elk geval hebben die inleidende beschouwingen mij in staat gesteld om de beantwoording van rechtsvragen en de signalering van knelpunten rondom de openbaarmakingsplicht beter in de relevante context te plaatsen.
Geen aandacht zal in deze studie worden besteed aan de civielrechtelijke gevolgen indien een uitgevende instelling de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie overtreedt. Een dergelijk handelen kan kwalificeren als een onrechtmatige daad van de uitgevende instelling jegens beleggers (art. 6:162 BW), onbehoorlijk bestuur van het bestuur of onbehoorlijk toezicht van de raad van commissarissen (art. 2:9 BW, art. 2:139 BW en art. 2:149 BW) en mogelijk als wanbeleid van de uitgevende instelling (art. 2:355 BW).
Bij het onderzoek wordt behalve aan Nederlands recht ook aandacht besteed aan het Amerikaanse recht, en wel in hoofdstuk 2 (Openbaarmaking van koersgevoelige informatie: de Amerikaanse benadering). Een verantwoording voor deze keuze is te vinden in § 2.1. Afgezien is van onderzoek naar de wettelijke regelingen van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie in andere Europese lidstaten. Een reden daarvoor is dat door de Europese wetgever in de Richtlijn marktmisbruik is gekozen voor nagenoeg volledige harmonisatie; het is de lidstaten niet toegestaan om aanvullende of strengere voorschriften te stellen en daarmee een hoger niveau van regulering tot stand te brengen.