AB 1999, 280
Aard beslissingen tot voorwaardelijk gedogen en weigeren te gedogen; herroepen gedoogbeslissing; handhaving.
RvS 05-07-1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA3603, m.nt. M. Schreuder-Vlasblom
- Instantie
Raad van State
- Datum
5 juli 1999
- Magistraten
Bakker, Van der Meer, Van Wagtendonk
- Zaaknummer
H01.98.1489
- Noot
M. Schreuder-Vlasblom
- LJN
AA3603
- JCDI
JCDI:ADS868161:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:1999:AA3603, Uitspraak, Raad van State, 05‑07‑1999
- Wetingang
AWB art. 1:3 lid 1; AWB art. 1:3 lid 2; AWB art. 6:2 aanhef onder b
Essentie
Aard beslissingen tot voorwaardelijk gedogen en weigeren te gedogen; herroepen gedoogbeslissing; handhaving.
Samenvatting
Voor zover de aangevallen uitspraak betreft het beroep van appellant tegen de voorwaarden verbonden aan het gedoogbesluit inzake de berging, wordt zij bevestigd. Bij de beoordeling van zulke voorwaarden kunnen niet zonder meer dezelfde eisen worden gehanteerd als bij de beoordeling van vergunningsvoorwaarden. Een gedoogbesluit kan immers niet in de plaats treden van of op één lijn gesteld worden met een vergunning. Gedoogvoorwaarden kunnen daarom slechts terughoudend worden getoetst. Er is geen grond de tot het voorkomen van precedentwerking strekkende voorwaarden als onredelijk te bestempelen. Ter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.