Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/2.2.3.1
2.2.3.1 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584818:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
De overgang van de vordering heeft niet alleen verbintenisrechtelijke rechtsgevolgen, maar ook (onder meer) goederenrechtelijke, faillissementsrechtelijke en procesrechtelijke rechtsgevolgen. Het is dus ook niet alleen een verbintenisrechtelijke rechtsfiguur. Zie hierover nader Biemans 2007c, par. 3 en 4. Anders: Zwalve 2003, p. 668; en Wibier 2007.
Verbintenissen ontstaan bijvoorbeeld door het aangaan van een overeenkomst, door een rechtmatige of onrechtmatige daad, door regres, door schuldvernieuwing en door het beroep van de wederpartij bij lastgeving op art. 7:421 BW. Vgl. Biemans 2007b, par. 5 met verdere literatuurverwijzingen.
Deze regel is ontleend aan Ulpianus: nemo plus iuris ad alium transferre potest, quam ipse haberet (D. 50, 17, 54). In plaats van haberet (zou hebben gehad) leest men vaak ook habet (heeft).
In het midden kan worden gelaten of de verandering (de overgang) voor de nieuwe rechthebbende een verbetering of een verslechtering zou betekenen (of geen van beide). Vgl. Hondius 1976, p. 1064.
Een goed bestaat uit een bundel van bevoegdheden. Vgl. o.a. Meijers 1948, p. 70 e.v.; Nieuwenhuis 1992, p. 65; Struycken 2007, p. 467.
Vgl. het voor eigendomsrechten geldende art. 5:1 lid 2 BW, dat zich leent voor overeenkomstige toepassing op andere goederen. Zie Biemans 2009d, p. 329.
De bevoegdheden van de rechthebbende zijn aan hem toegekend in zijn eigen belang. Het staat de rechthebbende vrij om de bevoegdheden in andermans belang uit te oefenen, en zich daartoe ook contractueel te verplichten (ten titel van beheer).
Zie hierover nader Struycken 2007.
Het laat onverlet dat een derde de bevoegdheden uit die bundel kan uitoefenen (zie hieronder) of dat een beperkt recht kan worden gevestigd.
15. Door de overgang van de vordering komen de bevoegdheden ten aanzien van de vordering, zoals de inningsbevoegdheid en de beschikkingsbevoegdheid, toe aan de stille cessionaris. De bevoegdheden komen toe aan de stille cessionaris in zijn hoedanigheid van nieuwe schuldeiser/nieuwe rechthebbende van de vordering.
De overgang van vorderingen is een onderdeel van de overgang van goederen. Door de overgang van een goed verkrijgt een rechtsverkrijger, de nieuwe rechthebbende, een reeds bestaand goed van zijn rechtsvoorganger, de oude rechthebbende. Overgang is een derivatieve (afgeleide) wijze van verkrijging van het goed, in dit geval de vordering op naam. Het goed blijft door de overgang onveranderd. Alleen de rechthebbende van het goed verandert. Bij de overgang van vorderingen blijft de vordering onveranderd en vindt (alleen) een wisseling van schuldeiser plaats.1 Van de derivatieve verkrijging moet worden onderscheiden de originaire (oorspronkelijke) verkrijging van een vordering op naam, in welk geval de vordering nieuw in het vermogen van de schuldeiser ontstaat.2
Bij de overgang van een goed verkrijgt de rechtsverkrijger het goed in dezelfde staat als waarin zijn rechtsvoorganger het goed had. Dit wordt ook wel zo opgeschreven dat de rechtsverkrijger niet méér (nemo plus) kan verkrijgen dan zijn rechtsvoorganger, of dat niemand meer rechten aan een ander kan overdragen dan hij zelf zou hebben gehad.3 Van belang is met name dat de rechtsverkrijger hetzelfde recht krijgt als zijn rechtsvoorganger, en dat de rechtsverkrijger derhalve niet iets anders (nemo aliud) kan verkrijgen dan zijn rechtsvoorganger.4
Uit dit beginsel volgt dat de bevoegdheden die de nieuwe rechthebbende verkrijgt ten aanzien van het goed niet verschillen van de bevoegdheden die zijn rechtsvoorganger had ten aanzien van het goed.5 Dit goederenrechtelijke beginsel, dat dateert uit een tijd waarin de overgang van vorderingen nog niet mogelijk werd geacht, kan ook worden toegepast op de overgang van vorderingen. De nieuwe schuldeiser verkrijgt door de overgang dezelfde bevoegdheden ten aanzien van de vordering die eerst aan de oude schuldeiser toekwamen. De bevoegdheden waaruit de vordering bestaat, komen hem toe in zijn hoedanigheid van rechthebbende van de vordering. Op grond hiervan kan de nieuwe schuldeiser de vordering bijvoorbeeld innen en kan hij daarover beschikken.
Als rechthebbende komen de bevoegdheden aan de nieuwe schuldeiser toe in zijn eigen belang. Hij is exclusief bevoegd: hij mag de bevoegdheden met uitsluiting van een ieder uitoefenen.6 Hij oefent zijn bevoegdheden in beginsel uit in eigen naam, voor eigen rekening en in zijn eigen belang.7 In beginsel is hij ook volledig bevoegd, tenzij bijvoorbeeld een beperkt recht of een beslag op de vordering rust.
16. Het is niet mogelijk om slechts een deel van de bevoegdheden die onderdeel uitmaken van de vordering op de nieuwe schuldeiser te Iaten overgaan, op zodanige wijze dat daardoor de vordering in twee afzonderlijke rechten wordt gesplitst.8 Dit is onder meer de strekking van het fiduciaverbod: een rechtshandeling die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid of die de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen, is geen geldige titel van overdracht van dat goed (art. 3:84 lid 3 BW). Ook art. 3:304 BW, dat bepaalt dat een rechtsvordering niet kan worden gescheiden van het recht tot welks bescherming zij dient, dient in dit licht te worden gezien. Uit de bundel van bevoegdheden van de vordering kunnen niet een of meer bevoegdheden worden losgemaakt en door overdracht tot een afzonderlijk recht worden gemaakt.9