NJB 2025/424:Onderhoudsplicht jegens verschillende kinderen, onder wie meerderjarige kinderen. Hoge Raad: Een ouder is niet wettelijk verplicht zijn kind dat de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt en dat overigens in staat is door arbeid in zijn eigen levensonderhoud te voorzien, door het verstrekken van een uitkering in staat te stellen tot het volgen of voltooien van een opleiding. Wel kan de ouder in zo’n geval tot het verstrekken van levensonderhoud aan dat kind gehouden zijn op grond van een morele of contractuele verplichting. Is een ouder verplicht levensonderhoud te verstrekken aan zijn kind dat de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en heeft hij daarnaast een, al dan niet morele of contractuele, verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud aan een kind van 21 jaar of ouder, dan heeft – indien de draagkracht van de ouder onvoldoende is om dit volledig aan beiden te verschaffen – het eerstbedoelde kind voorrang boven het andere kind. Daarbij is niet van belang of de ouder en de andere ouder van het eerstbedoelde kind samen wel voldoende draagkracht hebben om in diens behoefte te voorzien. Wel is de draagkracht van beide ouders van belang bij het bepalen in welke verhouding zij moeten bijdragen om in de behoefte van het kind te voorzien.