Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.5.3
6.5.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589481:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Afgezien van het bijzondere geval zoals zich dat voordeed in HR 12 november 1999, NJ 2000, 222 (Heijmans/Staat), m.nt. ARB. Zie hiervóór nr. 359.
Een uitzondering is door de inningsbevoegde derde geleden gevolgschade. Zie hiervóór nr. 354.
Zie voor zekerheidscessie, HR 18 december 1987, NJ 1988, 439 (AMRO/Bromet), m.nt. G.
Zie art. 3:218 BW en art. 3:245 BW. Vgl. voor zekerheidscessie, HR 10 oktober 1980, NJ 1981,2 (Langeveld q.q./AMRO), m.nt. GJS. Zie hierna nr. 497. Zie over art. 3:218 BW en art. 3:245 BW ook hiervóór nr. 76, 122 en 185.
Zie HR 30 november 2001, NJ 2002, 419 (De Jong/Camifour), m.nt. H.J. Snijders. Vgl. ook Rb. Arnhem 8 april2009, JOR 2009/303. Bij het doen van een onjuiste derde-verklaring komt de derde-beslagene zijn verplichting jegens de beslaglegger niet na. Een schadevergoedingsvordering op grond van wanprestatie (art. 6:74 BW jo art. 476a- 476b Rv) is om die reden ook denkbaar. Zie voor de schadevergoedingsverplichting bij het (geheel) niet afleggen van een derde-verklaring (art. 476a-476b jo 477a lid 1 Rv), hiervóór nr. 24 en 338. Zie in dezelfde zin, J.J. van Hees in zijn noot bij Rb. Amsterdam 5 juni 1996, JOR 1996/90 (CLB.Mesic) en Hof 's-Gravenhage 3 maart 1998, JOR 1998/124 (ABN Amro/Japhet de Jong); en vgl. Guillaume 2006, par. 3.
Zie hiervóór nr. 338.
Zie hiervóór nr. 347.
Zie hiervóór nr. 360.
363. Onrechtmatig handelen van de schuldenaar (of een derde) zal onrechtmatig zijn jegens de schuldeiser als bijvoorbeeld een inbreuk wordt gemaakt op de vordering. Het is de vraag of een schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad na de stille cessie ook in het vermogen van de stille cedent kan ontstaan.1
Onrechtmatig handelen van de schuldenaar kan ook onrechtmatig zijn jegens de inningsbevoegde derde. Daarvan kan naar mijn mening in beginsel alleen sprake zijn als de inningsbevoegde derde de hoofdvordering (mede) ten eigen behoeve int, zoals een openbaar pandhouder, vruchtgebruiker, beheersbevoegde deelgenoot en beslaglegger.2 Als de inningsbevoegde derde door het onrechtmatige handelen schade lijdt, komt aan hem een eigen schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad toe jegens de schuldenaar. Bijvoorbeeld, de schuldenaar die opzettelijk wanprestatie pleegt met het doel om de verhaalsmogelijkheden van de openbaar pandhouder te benadelen, is gehouden om de schade die de pandhouder daardoor lijdt, te vergoeden. Ook de schuldenaar die in plaats van de openbaar pandhouder aan een inningsonbevoegde derde betaalt, handelt daarmee onrechtmatig jegens de openbaar pandhouder en de pandgever.3 Voorts, als een derde onbevoegd tot inning van een verpande vordering overgaat, handelt hij daarmee onrechtmatig jegens de pandhouder en de pandgever wegens een inbreuk op hun beperkte respectievelijk bezwaarde recht.4 Door het afleggen van een onjuiste verklaring kan de derde-beslagene blijkens het arrest De Jong/Camifour onder omstandigheden onrechtmatig handelen jegens de beslaglegger.5 Komt aan de inningsbevoegde derde een eigen schadevergoedingsvordering toe, dan is hij tot inning daarvan bevoegd als schuldeiser.
De stille cedent heeft anders dan de hierv66r genoemde inningsbevoegde derden in beginsel geen eigen belang bij de inning, behalve dan dat hij jegens de stille cessionaris gehouden kan zijn een bepaalde opbrengst te realiseren. Onrechtmatig handelen jegens de stille cedent zou derhalve gelegen kunnen zijn in het door de schuldenaar (of een derde) opzettelijk frustreren van de inning van de stil gecedeerde vordering teneinde de wanprestatie van de stille cedent jegens de stille cessionaris te bewerkstelligen.
364. Het is voorts de vraag of de stille cedent bevoegd is om een schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad te innen.
Ontstaat de schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad in het vermogen van de stille cedent, dan is hij als schuldeiser van de vordering tot inning bestaat. Ontstaat een vervangende schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad in het vermogen van de schuldeiser, dan is de inningsbevoegde derde veelal ook inningsbevoegd ten aanzien van deze vordering die in de plaats van de hoofdvordering komt.6 Bij een aanvullende schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad is dit anders.7 Ontstaat de vordering in het vermogen van de stille cessionaris, dan volgt uit de inhoud van de lastgeving of de stille cedent ten aanzien van deze vervangende of aanvullende schadevergoedingsbevoegd ook inningsbevoegd is. Het is denkbaar dat de stille cessionaris de schadevergoedingsvordering op grond van onrechtmatige daad in eigen naam te gelde maakt, omdat daarvoor geen mededeling behoeft te worden gedaan van de stille cessie.8