Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.5.1:6.5.1 Onrechtmatige daad
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.5.1
6.5.1 Onrechtmatige daad
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587116:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
356. De grondslag van de vergoeding van de vervangende schade, de vertragingsschade en de gevolgschade in de vorige paragrafen was steeds een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de hoofdvordering respectievelijk een nevenvordering van de schuldenaar. De schuldeiser kan van zijn schuldenaar ook vervangende en aanvullende schadevergoeding vorderen op grond van onrechtmatige daad als aan de criteria van art. 6:162 e.v. BW is voldaan. Bij wanprestatie is de schuldenaar gehouden tot schadevergoeding aan de schuldeiser van de vordering omdat hij jegens hem als schuldeiser tekortschiet. De schadevergoedingsvordering ontstaat derhalve van rechtswege in het vermogen van de schuldeiser. Bij een onrechtmatige daad van de schuldenaar dient evenwel per geval afzonderlijk te worden vastgesteld jegens wie de schuldenaar onrechtmatig handelt. Dit is niet per definitie de schuldeiser van de vordering: het kan ook een derde zijn. Dat geldt met name als de onrechtmatige daad bestaat uit een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of uit een doen of nalaten met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, zoals een schending van een zorgvuldigheidsnorm. Handelt de schuldenaar onrechtmatig door een inbreuk te maken op het recht (de hoofdvordering) van de schuldeiser, dan is daarmee in beginsel wel gegeven dat de schuldenaar onrechtmatig handelt jegens de schuldeiser, omdat deze de rechthebbende van de vordering is (het recht waarop inbreuk wordt gemaakt). Rust op de vordering een beperkt recht, dan is daarmee is in beginsel, om dezelfde reden, óók gegeven dat de schuldenaar onrechtmatig handelt jegens de beperkt gerechtigde als rechthebbende van het beperkte recht.