Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 151
HR, 30-06-1995, nr. 14629
HR 30-06-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1774
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 juni 1995
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
14629
- LJN
ZC1774
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1774, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑06‑1995
- Wetingang
Essentie
Vaststelling belastingschuld in (Belgische) strafprocedure; evidente veronachtzaming van rechtsbeginsel van hoor en wederhoor.
Samenvatting
Het in Nederland als fundamenteel beschouwde rechtsbeginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat een belastingschuld door de rechter niet definitief behoort te worden vastgesteld, zonder dat de betrokkene gelegenheid heeft gehad van zijn zienswijze daaromtrent te doen blijken. Indien eiser in cassatie die gelegenheid niet heeft gehad doordat de Belgische strafprocedure in een geval als het zijne niet de mogelijkheid kende dat een niet verschenen verdachte zich door een raadsman laat verdedigen — hetgeen blijkens het arrest van het EHRM van 22 sept. 1994 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.