Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 25
HR, 13-01-1995, nr. 8601
HR 13-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1616
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 1995
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
8601
- LJN
ZC1616
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1616, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑1995
- Wetingang
Essentie
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Vraag welke machtiging dient te worden gevorderd aansluitend op een machtiging op eigen verzoek. Vereiste dat geneeskundige verklaring art. 5 ten hoogste vijf dagen voor het ‘verzoek’ is opgemaakt en ondertekend.
Samenvatting
Na afloop van de geldigheidsduur van een machtiging als bedoeld in art. 32 Bopz dient, zo voortduren van het verblijf van de betrokkene in het ziekenhuis nodig wordt geacht, alsnog een daarop gerichte voorlopige machtiging als bedoeld in art. 2 te worden gevorderd. De rechtbank had de Officier van Justitie in zijn vordering tot verlening van een machtiging tot voortgezet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.