Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 168
HR, 09-09-1994, nr. 15385
HR 09-09-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1435
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 september 1994
- Magistraten
Martens, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Neleman
- Zaaknummer
15385
- LJN
ZC1435
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1435, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑09‑1994
- Wetingang
BW art. 6:162; BW art. 1401 (oud)
Essentie
Onrechtmatige daad overheid door medewerking aan een Amerikaans opsporingsonderzoek m.b.v. ‘undercover agent’.
Samenvatting
Voor de beantwoording van de vraag of de handelwijze van de Staat (medewerking aan een Amerikaans opsporingsonderzoek waarbij de verdachte door een ‘undercover agent’ is bewogen bij de VS te reizen, waar hij vervolgens is gearresteerd en gedetineerd) als onrechtmatig moet worden aangemerkt, heeft het hof terecht in de eerste plaats van belang geacht of de handelingen van de ‘undercover agent’ naar Nederlandse opvattingen onrechtmatig waren. Bij de beoordeling van deze vraag geldt als maatstaf of de verdachte door die handelingen tot iets anders is gebracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.