NJ 2025/71
Kennelijke verschrijving in strafmotivering ten aanzien van duur beroepsverbod.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1400, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01724
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1120:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑12‑2024
ECLI:NL:HR:2024:1400, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1051, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Hof legt volgens dictum een beroepsverbod op voor een termijn van 5 jaren. Kennelijke verschrijving in de strafmotivering door daarin op te nemen dat het op te leggen beroepsverbod gold ‘voor een termijn van 3 jaren’ nu die termijn niet voldoet aan art. 31 Sr.
Samenvatting
Het hof heeft blijkens het dictum aan verdachte ter zake van het meermalen plegen van ontucht met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp en zorg had toevertrouwd, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, naast een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 8 maanden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.