Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/4.4.2
4.4.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587100:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Is de vordering verjaard, dan komt aan de schuldeiser niet alleen de bevoegdheid te ontvallen om in rechte nakoming te eisen, maar ook (logischerwijs) de bevoegdheid om de verjaring te stuiten. Zie voor een uitspraak waarin zowel de stuiting van de verjaring als de rechtsgeldigheid van de akte van cessie door de schuldenaar werd betwist: HR 1 december 2000, NJ 2001, 46.
Zie Hof 's-Hertogenbosch 6 juli 2004, JOR 2004/310 (Vie d'Or). In het faillissement van NV Levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or (Vie d'Or) hadden de curatoren op grond van art. 42 Fw een eerdere overdracht van vorderingen van Vie d'Or aan de Stichting Vie d'Or vernietigd zodat de vorderingen in de boedel vielen. De vorderingen waren eerder aan de Stichting overgedragen zodat deze tot incasso van de vorderingen kon overgaan. De stuiting van de verjaring door de Stichting, die plaatsvond vóór de vernietiging, werd als een stuiting aan de zijde van de gerechtigde aangemerkt.
Zie Hummelen 2011, p. 91, nt. 20.
211. Uit art. 3:316 lid 1 BW en art. 3:317 lid 1 BW volgt dat de oude schuldeiser vóór de overgang van de vordering bevoegd is tot het stuiten van de verjaring, en na de overgang van de vordering de nieuwe schuldeiser.1 Ook na de overgang van een vordering kan de oude schuldeiser de verjaring stuiten. In het arrest Vie d'Or oordeelde het Hof 's-Hertogenbosch dat van een stuiting 'aan de zijde van de gerechtigde' als bedoeld in art. 3:316 BW ook sprake is als de persoon die de stuitingshandeling heeft verricht met terugwerkende kracht geen rechthebbende meer is van de vordering.2 Het begrip 'aan de kant van de schuldeiser' in art. 3:316 BW wordt ruim uitgelegd. Van een stuitingshandeling 'aan de kant van de schuldeiser' is ook sprake, als de stuitingshandeling wordt verricht door de oude schuldeiser.
Een door de oude schuldeiser voor de overgang verrichte stuiting werkt ten gunste van de nieuwe schuldeiser. Was de vordering vóór de overgang verjaard, dan verkrijgt de nieuwe schuldeiser niet meer dan een verjaarde vordering. Dit volgt uit het nemo-plus-beginsel.
212. Na de stille cessie is de stille cessionaris als nieuwe schuldeiser bevoegd om de verjaring te stuiten. Verricht hij een stuitingshandeling, dan kan daarin mededeling van de stille cessie besloten liggen. Uit het arrest Vie d'Or zou kunnen worden afgeleid dat ook een stuitingshandeling die wordt verricht door de stille cedent in zijn hoedanigheid als oude schuldeiser ten gunste van de stille cessionaris werkt, omdat een door hem verrichte stuitingshandeling wordt aangemerkt als een stuitingshandeling verricht 'aan de kant van de schuldeiser'. De stille cessionaris wordt hierdoor niet benadeeld: de stuiting kan alleen maar in zijn voordeel werken. Uit het arrest Vie d'Or kan voorts worden afgeleid dat de stille cedent de stuitingshandeling in eigen naam kan verrichten. Niet vereist is in het bijzonder dat de stuitingshandeling moet kunnen worden toegerekend aan de stille cessionaris. Deze uitkomst benadeelt de schuldenaar niet. Van belang is dat hij weet dat nakoming wordt geëist van de desbetreffende vordering; niet van belang is door wie nakoming wordt geëist, en evenmin is van belang dat de schuldenaar weet wie de rechthebbende van de vordering is.
In afwijking van het voorgaande heeft Hummelen verdedigd dat de stille cessionaris de stuitingshandeling zelf dient te verrichten, omdat deze anders niet aan hem kan worden toegerekend.3 Zoals uit het arrest Vie d'Or blijkt en zoals hieronder nader zal worden uiteengezet, is deze zienswijze een geldend recht. Het is ook een onwenselijke uitkomst. In de genoemde benadering zou een cessie in voorkomende gevallen niet langer stil kunnen worden gehouden dan de periode van de verjaringstermijn. De cessionaris zou (net) voor het einde van de verjaringstermijn mededeling moeten doen om zelf de verjaring te kunnen stuiten.