Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/49/EU inzake de depositogarantiestelsels
Artikel 8 quater Opschorting van terugbetaling in geval van verdenking van witwassen of terrorismefinanciering
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De lidstaten zorgen ervoor dat de aangewezen autoriteit het depositogarantiestelsel op de hoogte stelt van de in artikel 64, lid 4, van Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad (1) bedoelde informatie, binnen 24 uur vanaf het tijdstip waarop de aangewezen autoriteit van een financiële toezichthouder als gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van die richtlijn, die informatie heeft ontvangen. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie die wordt uitgewisseld tussen de aangewezen autoriteit en het depositogarantiestelsel beperkt blijft tot de informatie die strikt noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken en verantwoordelijkheden van de depositogarantiestelsels uit hoofde van deze richtlijn en dat deze uitwisseling van informatie voldoet aan de vereisten van Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad (2).
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de terugbetaling van het terugbetaalbare bedrag opschort wanneer een deposant of een persoon die recht heeft op bedragen die op diens rekening worden aangehouden, is beschuldigd van een strafbaar feit dat voortvloeit uit of verband houdt met witwassen of terrorismefinanciering, in afwachting van de uitspraak van de rechtbank. De lidstaten stellen een procedure vast die ervoor zorgt dat die informatie tijdig aan het depositogarantiestelsel wordt meegedeeld.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel de terugbetaling van het terugbetaalbare bedrag opschort voor dezelfde periode als die welke is neergelegd in artikel 24 van Richtlijn (EU) 2024/1640, indien het er door de kredietinstelling of de aangewezen autoriteit van in kennis is gesteld dat de in dat artikel bedoelde financiële-inlichtingeneenheid een transactie, rekening of zakelijke relatie met betrekking tot de betrokken deposant heeft opgeschort.
4.
De lidstaten zorgen ervoor dat het depositogarantiestelsel niet aansprakelijk wordt gesteld voor opschortingen overeenkomstig de leden 2 en 3.
Voetnoten
Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PB L, 2024/1640, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1640/oj).
Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1996/9/oj).