RAV 2025/80
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Bestaat er een causaal verband tussen door de vrijheid van meningsuiting beschermde uitingen van een universitair hoofddocent en een verzoek tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst?
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1140
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/01341
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD32120:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1140, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑03‑2024
- Wetingang
Art. 10 EVRM
Essentie
Ontbinding arbeidsovereenkomst. Vrijheid van meningsuiting. Causaal verband.
Bestaat er een causaal verband tussen door de vrijheid van meningsuiting beschermde uitingen van een universitair hoofddocent en een verzoek tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst?
Samenvatting
In 2018 vraagt een universitair hoofddocent 2 haar leidinggevende om steun voor het aanvragen van promotie naar universitair hoofddocent 1. De leidinggevende antwoordt dat de werkneemster nog niet voldoende artikelen heeft gepubliceerd en dat hij de goedkeuring van twee ingediende artikelen wil afwachten. Werkneemster klaagt vervolgens bij de HR-afdeling dat de leidinggevende haar een promotie onthoudt en meent dat aan haar willekeurige eisen worden gesteld. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.