NJB 2013/509
Motivering van de bijkomende straf van verbeurdverklaring. Afwijking eerdere rechtspraak: geen rechtens te respecteren belang verdachte bij klacht omtrent verbeurdverklaring van voorwerpen die de verdachte niet (zouden) toebehoren als bedoeld in art. 33a Sr, nu deze daardoor niet in zijn vermogen wordt getroffen.
HR 12-02-2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1897
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 februari 2013
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, Y. Buruma, J. Wortel en V. van den Brink
- Zaaknummer
11/01134
- LJN
BZ1897
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1897, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑02‑2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ1897, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑02‑2013
- Wetingang
(Sr art. 33a)
Essentie
Motivering van de bijkomende straf van verbeurdverklaring. Afwijking eerdere rechtspraak: geen rechtens te respecteren belang verdachte bij klacht omtrent verbeurdverklaring van voorwerpen die de verdachte niet (zouden) toebehoren als bedoeld in art. 33a Sr, nu deze daardoor niet in zijn vermogen wordt getroffen.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
2.4. Het middel strekt blijkens de daarop gegeven toelichting ten betoge dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep gemotiveerd heeft aangevoerd dat de inbeslaggenomen twintig kledingstukken haar niet toebehoren, zodat het andersluidende oordeel van het Hof niet zonder meer begrijpelijk is.
2.5. De motivering van de bijkomende straf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.