NJB 2024/953
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Ernstig nadeel voor een ander. Wilsbekwaam verzet. Hoge Raad: Voor zover de rechtbank zou hebben geoordeeld dat het beroep op wilsbekwaam verzet geen beoordeling behoeft omdat er een aanzienlijk risico is op ernstig nadeel voor een ander, is dit oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk. In het andere geval had de rechtbank moeten ingaan op het betoog dat een onafhankelijke beoordeling van de wilsbekwaamheid ontbreekt.
HR 19-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:650
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
24/00339
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:650, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:306, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑03‑2024
- Wetingang
(art. 2:1 lid 6 Wvggz)
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Ernstig nadeel voor een ander. Wilsbekwaam verzet. Hoge Raad: Voor zover de rechtbank zou hebben geoordeeld dat het beroep op wilsbekwaam verzet geen beoordeling behoeft omdat er een aanzienlijk risico is op ernstig nadeel voor een ander, is dit oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk. In het andere geval had de rechtbank moeten ingaan op het betoog dat een onafhankelijke beoordeling van de wilsbekwaamheid ontbreekt.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend, onder meer voor het toedienen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.