Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/13.3.1:13.3.1 Cessie
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/13.3.1
13.3.1 Cessie
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90882:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik bespreek niet de mogelijkheid dat de leverancier de vordering verpandt aan de financier, anders dan in het Nederlandse en Belgische recht. De reden is dat het Duitse recht alleen het openbare pandrecht kent, waardoor in de praktijk vrijwel steeds gebruik wordt gemaakt van de zekerheidscessie.
Verheul 2018, p. 429-431.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar Duits recht kan de leverancier financiering verkrijgen van een financier voor het leverancierskrediet dat hij verstrekt aan de koper. Een eerste wijze waarop hij dit kan vormgeven is door middel van een cessie van de koopprijsvordering. Een cessie geschiedt door het sluiten van een overeenkomst tussen de leverancier en de financier (§398 BGB).1 Evenals in het Nederlandse recht gaat de voorbehouden eigendom die strekt tot zekerheid van deze vordering niet van rechtswege mee over.2 Deze eigendom dient de leverancier afzonderlijk over te dragen.3 Ook verkrijgt de financier door deze cessie en overdracht niet van rechtswege het ontbindingsrecht.
De financier betaalt voor de gecedeerde vordering en overgedragen eigendom een koopprijs. Deze koopprijs vormt economisch gezien de voldoening van de vordering van de leverancier op de koper. Het is echter geen daadwerkelijke voldoening van de schuld van de koper, omdat daarmee de gecedeerde vordering zou vervallen evenals de voorbehouden eigendom.4
Tot zover zijn het Nederlandse en Duitse recht vergelijkbaar. Er is één belangrijk verschil. De recente opvatting in de Duitse literatuur is dat het ontbindingsrecht afzonderlijk kan worden overdragen.5 Deze overdracht verschaft de financier de mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud uit te oefenen, hetgeen in het Nederlandse recht niet kan. Voor deze opvatting worden twee argumenten aangevoerd.6 Ten eerste wordt aangevoerd dat de leverancier/cedent na de cessie vaak geen reden meer heeft om de overeenkomst te ontbinden, terwijl de financier wel belang bij het hebben van de ontbindingsbevoegdheid kan hebben. Partijen moeten er in dat geval voor kunnen kiezen om de ontbindingsbevoegdheid te geven aan degene die er belang bij heeft. Daarom wordt de leverancier de mogelijkheid geboden om het ontbindingsrecht over te dragen. Het tweede argument hangt hiermee samen. Door een overdracht van de ontbindingsbevoegdheid wordt een nadelige situatie voor de financier/cessionaris voorkomen. De leverancier kan dan niet meer de overeenkomst ontbinden met het nadelige gevolg voor de financier dat zijn vordering op de koper vervalt.