Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.4:7.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.4
7.4 Conclusie en rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90938:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.2.1.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.2.2
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.2.3.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.2.2-7.2.3.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1.1, 7.3.2 en 7.3.3.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1.4 en hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.1-4.3.3.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.4.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.2-7.3.4.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1. Vgl. hoofdstuk 7, paragraaf 7.2.1.1.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1.2.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.2.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de effectuering van het recht van reclame bestaat een aantal verschillen tussen de rechtsstelsels. Het grootste verschil is de termijn voor uitoefening. In het Nederlandse recht heeft de leverancier zes weken nadat de koopprijsvordering opeisbaar is geworden en zestig dagen na aflevering van de zaken de tijd om het recht in te roepen. Partijen kunnen deze termijn ‘verlengen’ door de opeisbaarheid van de vordering uit te stellen.1 Het Belgische recht kent met acht dagen de kortste termijn, voor zowel het recht van reclame als de daarmee samenhangende ontbinding.2 Het Amerikaanse recht kent in beginsel ook slechts een termijn van tien dagen. Geeft de koper echter een misrepresentation of solvency aan de leverancier, dan geldt geen termijn waarbinnen de zaken moeten worden gereclameerd.3
In het Belgische en Amerikaanse recht heeft de leverancier daarnaast nog een voorrecht op grond waarvan hij een bevoorrechte aanspraak heeft voor zijn koopprijsvordering op de executieopbrengst van de geleverde zaken (Belgisch recht) of bij uitkering uit de failliete boedel (Amerikaans recht), maar geen recht van parate executie.4
Buitenhetfaillissement van de koperkan bij de effectuering van consensuele zekerheidsrechten grofweg een tweedeling worden gemaakt tussen de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud en de uitoefening van een beperkt zekerheidsrecht, zoals het voorbehouden pandrecht en de purchase-moneysecurityinterest.
In het Nederlandse, Duitse en Belgische recht kan de leverancier de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken revindiceren als de koper in verzuim is met de betaling van de koopprijs.5 Hij ontbindt de koopovereenkomst, zodat de opschortende voorwaarde waaronder de zaak is overgedragen niet meer kan worden vervuld en de leverancier onvoorwaardelijk eigenaar is. De leverancier hoeft de zaken niet te executeren. De leverancier is namelijk nog eigenaar (onder ontbindende voorwaarde) van de geleverde zaken.
Voor de uitoefening van beperkte zekerheidsrechten of zekerheidseigendom geldt dat de leverancier de zaken moet executeren in plaats van revindiceren.6
In het Amerikaanse recht geldt eveneens dat de leverancier de regels van executie van een zekerheidsrecht in acht moet nemen.7 De leverancier heeft zich namelijk niet de eigendom voorbehouden, maar heeft een beperkt zekerheidsrecht, een purchase-money security interest, op de geleverde zaken. De executievoorschriften geven de leverancier echter veel vrijheid om de executie in te richten. Hij kan de zaken openbaar of onderhands verkopen, in lease geven of bijvoorbeeld een licentie verstrekken. Verder kunnen de zaken onder bepaalde voorwaarden ook bij hem verblijven. Het Amerikaanse recht leidt dan tot een resultaat dat vergelijkbaar is met de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud in het Nederlandse en Duitse recht.
Tijdenshetfaillissement van de koper is de effectuering van consensuele zekerheidsrechten anders. Doorgaans ligt de regie bij de curator of de Bankruptcy Court. Deze beslist of de overeenkomst wordt nagekomen en of de leverancier zijn zekerheid kan effectueren.8 In het Nederlandse recht is dit echter niet het geval voor de leverancier die het eigendomsvoorbehoud of voorbehouden pandrecht wil uitoefenen. De regie ligt bij hem.9
Naast deze tweedeling meld ik twee bijzonderheden. Ten eerste dient de leverancier in het Nederlandse recht rekening te houden met de meldingsplicht aan de fiscus, zowel buiten als tijdens faillissement. De leverancier die bodemzaken heeft geleverd aan de koper, moet zijn voornemen om de zaken te revindiceren melden aan de fiscus en vervolgens vier weken wachten. In deze periode kan de fiscus zich verhalen op de zaken van de leverancier.10
Ook het Duitse recht geldt een bijzonderheid. De leverancier heeft tijdens het faillissement van de koper in beginsel een Aussonderungsrecht. De leverancier kan, nadat de curator besluit om de overeenkomst niet gestand te doen, de overeenkomst ontbinden en de zaak revindiceren. Strekt het eigendomsvoorbehoud tot zekerheid van andere vorderingen dan de koopprijs, dan heeft de leverancier een Absonderungsrecht. De leverancier heeft voorrang bij de verdeling van de executieopbrengst van de zaak. De curator executeert de zaak en trekt een boedelbijdrage van 9% van de opbrengst af voor de uitdeling.11 Hij verkrijgt dezelfde positie als andere zekerheidsnemers van de koper. Hetzelfde geldt voor de leverancier die buiten faillissement zijn eigendomsvoorbehoud dat nog slechts tot zekerheid van andere vorderingen dan de koopprijs wil uitoefenen.12 Hiermee verschilt het Duitse recht fundamenteel van het Nederlandse en Belgische recht waarin de leverancier wel steeds een revindicatierecht heeft op grond van het eigendomsvoorbehoud en niet bijdraagt in de boedelkosten.