NJB 2025/648
Medeplegen van de verlengde uitvoer van cocaïne voltooid: het hof kon oordelen dat de sporttassen met cocaïne zijn ‘aangenomen en aangeboden voor het vervoer’ in de zin van art. 1 lid 3 Opiumlandsverordening 1960 – welke bepaling in dit opzicht gelijkluidend is aan art. 1 lid 5 Opiumwet – en dat de cocaïne dus is uitgevoerd in de zin van de Opiumlandsverordening 1960. Van belang daartoe is dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en zijn mededader, als bagagemedewerkers op de luchthaven, drie sporttassen met een zeer grote hoeveelheid cocaïne, voorzien van bagagelabels die afkomstig waren van ingecheckte koffers voor een vlucht, hebben geplaatst in voor die vlucht bedoelde AKE’s (luchtvrachtcontainers), waar zij door hun werk toegang toe hadden.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:296
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/02129 C
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:296, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:20, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
Medeplegen van de verlengde uitvoer van cocaïne voltooid: het hof kon oordelen dat de sporttassen met cocaïne zijn ‘aangenomen en aangeboden voor het vervoer’ in de zin van art. 1 lid 3 Opiumlandsverordening 1960 – welke bepaling in dit opzicht gelijkluidend is aan art. 1 lid 5 Opiumwet – en dat de cocaïne dus is uitgevoerd in de zin van de Opiumlandsverordening 1960. Van belang daartoe is dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en zijn mededader, als bagagemedewerkers op de luchthaven, drie sporttassen met een zeer grote hoeveelheid cocaïne, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.