NJB 2026/247:Begrip ‘zwaar lichamelijk letsel’, art. 302 lid 1 jo. 303 lid 1 Sr: art. 82 Sr strekt ertoe buiten twijfel te stellen dat in de in die bepaling genoemde gevallen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, maar de wetgever heeft niet beoogd in die bepaling een limitatieve opsomming te geven, zodat de rechter de vrijheid heeft om ook buiten de aangeduide gevallen het lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen als dat voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Als algemene gezichtspunten bij de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, kunnen in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit. Voor de vaststelling aan de hand van deze gezichtspunten kunnen gegevens van medische aard en algemene ervaringsregels van belang zijn. De Hoge Raad gaat nader in op diverse vormen van zwaar lichamelijk letsel, het uitzicht op herstel en restschade alsmede op het belang van de informatie in de processtukken en de verantwoordelijkheid daarvoor van het OM. In casu heeft het slachtoffer een ontwrichting ter hoogte van het sleutelbeen opgelopen alsmede breuken op twee plaatsen van de kaakholte, de oogkasbodem, de neusbijholte, het jukbeen en het kuitbeen. Het slachtoffer is op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis behandeld door een chirurg. Het hof kon op grond hiervan oordelen dat in dit specifieke geval de aard, het samenstel en de veelheid van de aan het slachtoffer toegebrachte letsels zo ernstig zijn dat deze – ook zonder nadere vaststellingen over de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel – als zwaar lichamelijk letsel gelden. CAG: anders.