De kwijtscheldingswinstvrijstelling in de Wet IB 2001 en de Wet VPB 1969

De kwijtscheldingswinstvrijstelling in de Wet IB 2001 en de Wet VPB 1969

Bijgewerkt t/m: 10-04-2026

Dr. Jeroen van Strien

id-364fd11e-580f-4d65-ae6d-f398b566e651

Director en werkzaam bij Bureau Vaktechniek Tax ​RSM, universitair docent VU Amsterdam en Radboud Universiteit Nijmegen

De kwijtscheldingswinstvrijstelling is een fiscale faciliteit die moet voorkomen dat een financiële herstructurering (lees: schuldenverlichting door schuldeisers) fiscaal wordt gefrustreerd.

In dit thema wordt antwoord gegeven op de volgende vragen.

Voor welke kwijtscheldingen werkt de kwijtscheldingswinstvrijstelling?

Welke problematiek wordt voorkomen door de kwijtscheldingswinstvrijstelling?

Hoe werkt de kwijtscheldingswinstvrijstelling in de inkomstenbelasting?

Welke antimisbruikwetgeving kent de kwijtscheldingswinstvrijstelling in de inkomstenbelasting?

Hoe werkt de kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting?

Welke antimisbruikwetgeving kent de kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting?

Welke problemen worden opgelost in de aanpassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling in vennootschapsbelasting 1 januari 2025?

Soorten kwijtscheldingen en gevolgen

Fiscaal bezien kennen we de zakelijke en de onzakelijke kwijtschelding. Een onzakelijke kwijtschelding vindt plaats tussen gelieerde partijen en speelt zich af in de kapitaal- of privésfeer. Een onzakelijke kwijtschelding leidt fiscaal niet tot belastbare winst.

Ter illustratie

Een directeur-grootaandeelhouder scheldt een vordering van € 100.000 kwijt op een BV waarin hij 100% van de aandelen heeft. De kwijtschelding geschiedt niet op zakelijke gronden, dat wil zeggen: een onafhankelijke derde zou nooit zijn overgegaan tot kwijtschelding. In dit geval vindt de kwijtschelding plaats in de kapitaalsfeer. Tegenover de vrijval van de schuld bij de BV staat een stijging van het vermogen van de BV in de vorm van informeel kapitaal. Er wordt geen winst gerealiseerd. De kwijtscheldingswinstvrijstelling hoeft geen soelaas te bieden.

Wanneer BV een schuld wordt kwijtgescholden door een onafhankelijke derde – bijvoorbeeld een bedrag van € 100.000 door een bank – zal sprake zijn van een zakelijke kwijtschelding. Er bestaat geen aandelenband tussen de bank en de BV/schuldenaar waaraan de kwijtschelding kan worden toegerekend. De schuld verdwijnt van de balans van de BV, hetgeen resulteert in een positieve bijdrage aan het resultaat van € 100.000 Dit betekent dat de BV belasting moete betalen over de kwijtschelding als er geen compensabele verliezen zijn (of bij beperking van verliesverrekening).

Documenten bij dit thema

Art. 3.13 lid 1 onderdeel a Wet IB 2001

Art. 3.98a Wet IB 2001

Art. 8 lid 1 sub a Wet VPB 1969

Art. 8 lid 4 Wet VPB 1969

Art. 8 lid 16 Wet VPB 1969

Art. 13ba Wet VPB 1969

Art. 15ac lid 2 Wet VPB 1969

Art. 15b Wet VPB 1969

Art. 20 Wet VPB 1969

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 20 februari 2024, KG:213:2024:4, Samenloop kwijtscheldingswinstvrijstelling en renteaftrekbeperking

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 augustus 2022 (gepubliceerd op 2 mei 2023, laatste update 9 mei 2023), KG:032:2022:7, Art. 15ac lid 2 eerste volzin Wet VPB 1969

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 17 juli 2025, KG:213:2025:7 Kwijtscheldingswinstvrijstelling en toeslagenaffaire, V-N 2025/37.3

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 19 november 2025, KG:213:2025:11, Kwalificatie negatieve kapitaalrekening personenvennootschap, V-N 2025/55.4

Hoge Raad 23 november 1977, 18 170, ECLI:NL:PHR:1977:AX3127, BNB 1978/5

Hoge Raad 12 augustus 2005, 40 896, ECLI:NL:HR:2005:AU089, BNB 2005/352

Rechtbank Noord-Nederland 29 januari 2026, 24/3806, ECLI:NL:RBNNE:2026:261, V-N 2026/16.17.6, V-N Vandaag 2026/309

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2026, BRE 24/8454, ECLI:NL:RBZWB:2026:969, V-N Vandaag 2026/348

Rechtbank Den Haag 10 februari 2026, 24 3762, ECLI:NL:RBDHA:2026:3556, V-N Vandaag 2026/555

R.J. de Vries, 'De kwijtscheldingswinstvrijstelling binnen concernverband: een fata morgana?', WFR 2002/1741

J.A.R. van Eijsden & Q.W.J.C.H. Kok, Afgewaardeerde vorderingen (FM nr. 124) 2007/1, Fiscale monografieën, nr. 124, Deventer: Kluwer 2007

A.C.P. Bobeldijk, 'Afgewaardeerde vorderingen in de vennootschapsbelasting', Fiscaal Wetenschappelijke Reeks, Den Haag: SDU 2009

A.C.P. Bobeldijk, 'De kwijtscheldingswinstvrijstelling en de samenloop met de fiscale eenheid', WFR 2009/1455

J.H.M. Arts, ‘De kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting vanaf 2022’, WFR 2022/153

F.P.H. van Hal MSc & M.H.C. Ruijschop, 'De interactiegevolgen van de duale kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting', WFR 2025/128

B.F.M. Coebergh & G.T.K. Meussen, 'Of en wanneer heeft de eigen insolvabiliteit invloed op de winstverantwoording bij schulden?', WFR 2025/252

Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 3.13 Wet IB 2001, aant. 2

Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 3.98a Wet IB 2001, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 8 Wet VPB 1969, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 13ba Wet VPB 1969, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 15b Wet VPB 1969, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 15ac Wet VPB 1969, aant. 1