Navordering

Navordering

Bijgewerkt t/m: 21-04-2026

Mr. Diana Jansen

id-02f01997-72e0-4ee0-9653-c325c452a0ec

Advocaat belastingrecht verbonden aan Tax Studio te Amsterdam, docent en auteur op het gebied van formeel belastingrecht

Nadat een definitieve aanslag is opgelegd kan de inspecteur onder omstandigheden overgaan tot navordering van niet of te weinig geheven belasting.

Inleiding

Heeft de inspecteur de aanslag tot een te laag bedrag vastgesteld of heeft hij ten onrechte geen aanslag opgelegd, dan kan hij navorderen. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden. Een belastingplichtige ‘moet ervan uit kunnen gaan dat op een definitieve aanslag in beginsel niet wordt teruggekomen.

Gronden voor navordering

De inspecteur kan navorderen als hij over een zogenoemd nieuw feit beschikt. De inspecteur heeft niet altijd een nieuw feit nodig om te kunnen navorderen. Hij heeft bijvoorbeeld geen nieuw feit nodig als sprake is van kwade trouw of als er sprake is van een kenbare fout.

De navorderingstermijn

De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt in beginsel na verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Deze termijn wordt verlengd met de duur van eventueel verleend uitstel voor het doen van aangifte. Bij een tijdvakbelasting wordt de belastingschuld geacht te zijn ontstaan op het tijdstip waarop het tijdvak eindigt. Op de reguliere navorderingstermijn van vijf jaar heeft de wetgever diverse uitzonderingen gemaakt, onder meer in buitenlandsituaties en als sprake is van een kenbare fout.

Documenten bij dit thema

Artikel 66 lid 3 Successiewet 1956

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 20 december 2022, KG:206:2022:5, De begrippen fout en kenbaarheid van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR, V-N 2023/26.12.2

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 6 juni 2023, KG:202:2023:18, Toerekening gezamenlijke grondslag sparen en beleggen bij navordering, art. 16 AWR, art. 2.17 Wet IB 2001, V-N Vandaag 2023/1248

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 6 juni 2023, KG:202:2023:19, De verdeling persoonsgebonden aftrek blijft in stand bij navordering, art. 16 AWR, art. 2.17 Wet IB 2001, V-N Vandaag 2023/1249

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 6 juni 2023, KG:202:2023:20, Toerekening gezamenlijke bestanddelen als bij navordering eigenwoningschuld naar box 3 gaat, art. 16 AWR, art. 2.17 Wet IB 2001, V-N Vandaag 2023/1250

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 21 november 2023, KG:202:2023:40, Heffingvrij vermogen en heffingskorting bij navordering, art. 16 AWR, V-N Vandaag 2023/2767

HR 26 februari 2010, nr. 43050bis, ECLI:NL:HR:2010:BJ9092, BNB 2010/199, V-N 2010/13.7

E. Poelmann, 'Navorderen op grond van het kenbaarheidsvereiste', FED 2010/82

R.E.C.M. Niessen & R.M.P.G. Niessen-Cobben, 'Naheffing, navordering en ambtshalve vermindering', TFO 2012/123.4

A.J. Luimes, 'Actuele ontwikkelingen rond het leerstuk van de redelijkerwijs kenbare fout', WFR 2014/1076

G.H. Ulrich & A.M.E. Nuyens, 'Is het einde in zicht?', WFR 2014/554

J.D. Baron, 'De (on)mogelijkheid van het navorderen over eerder verjaarde jaren', WFR 2016/15

R.N.J. Kamerling & F. Muis-Visser, 'Nieuw feit in een tijdperk van big data en data-analyse: rechtsbescherming op de tocht?', WFR 2021/62

S.C.W. Douma, R.J. Koopman & E.A.G. van der Ouderaa (voorheen: L.A. de Blieck e.a.), 'Algemene wet inzake rijksbelastingen', Deventer: Kluwer, 2023 (vijftiende druk), paragraaf 5.7

F.M. Wessels & A.O. Lubbers, 'De beoordeling van een ambtelijk verzuim', WFR 2024/226

F.R. Herreveld, 'De kenbare fout, het pleitbare standpunt en de enige denkbare reden', WFR 2024/327

G.J.M.E. de Bont, 'De inspecteur: de persoon of het bestuursorgaan?', WFR 2026/91

Cursus Belastingrecht, Hoofdstuk 2 Navordering en naheffing, mr. W.A.P. van Roij

Vakstudie Algemeen deel, art. 16 Algemene wet inzake rijksbelastingen, aant. 1 e.v.