Einde inhoudsopgave
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Artikel 7
Geldend
Geldend vanaf 04-04-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, Stcrt. 2026, 13045 (uitgifte: 03-04-2026, regelingnummer: WJZ/103662069)
- Inwerkingtreding
04-04-2026, terugwerkend tot: 01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, Stcrt. 2026, 13045 (uitgifte: 03-04-2026, regelingnummer: WJZ/103662069)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Energierecht (V)
1.
Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een daartoe bij een voor 1 januari 2023 in de Staatscourant gepubliceerde openstellingsregeling aangewezen categorie productie-installatie bedrijft:
- a.
voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel;
- b.
waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte;
- c.
voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa mee wordt gestookt, of
- d.
voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, een oven of een fornuis.
2.
Een subsidieontvanger maakt gebruik van vaste biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van een certificatieschema, bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, of op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, afhankelijk van de van toepassing zijnde duurzaamheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, en ten aanzien van elke aard van vaste biomassa.
3.
Van de totale massa houtige biomassa uit bosbeheereenheden die in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, hoeft ten hoogste 30% te voldoen aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001, waarbij voor een subsidie-ontvanger met een beschikking tot subsidieverlening die is afgegeven op een aanvraag om subsidieverlening die is ontvangen voor inwerkingtreding van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023, wordt uitgegaan van richtlijn (EU) 2018/2001, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.
4.
In afwijking van het tweede lid geldt voor een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 7,5 MW, het bepaalde in eis 1.1b, tweede en derde volzin, van bijlage B van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, niet.
5.
In afwijking van het tweede lid mag een subsidieontvanger met ingang van 1 januari 2026 gebruikmaken van vaste biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001 of een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.