Einde inhoudsopgave
Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
Artikel 6.6.1
Geldend
Geldend vanaf 01-04-2025
- Redactionele toelichting
Tekst op basis van wetsvoorstel.
- Bronpublicatie:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Inwerkingtreding
01-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
1.
Schadevergoeding na strafvorderlijk optreden kan op grond van deze titel worden toegekend indien de gevraagde vergoeding ten hoogste € 25.000 bedraagt, met inbegrip van de tot aan de dag van het verzoek verschenen rente. Voor zover deze titel voorziet in de mogelijkheid van schadevergoeding, zijn andere wettelijke voorzieningen uitgesloten.
2.
Het bedrag in het eerste lid geldt niet ten aanzien van een verzoek dat uitsluitend strekt tot vergoeding van schade als gevolg van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie, voorlopige hechtenis of vrijheidsbeneming in het buitenland in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering of overlevering, of van schade als gevolg van ondergane straf of vrijheidsbenemende maatregel.
3.
Onder schade wordt mede begrepen het nadeel dat niet bestaat uit vermogensschade.