Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2006/42/EG betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking)
Artikel 11 Vrijwaringsclausule
Geldend
Geldend van 15-12-2009 tot 14-01-2027
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 15-12-2011.
- Bronpublicatie:
21-10-2009, PbEU 2009, L 310 (uitgifte: 01-01-2009, regelingnummer: 2009/127/EG)
- Inwerkingtreding
15-12-2009
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-10-2009, PbEU 2009, L 310 (uitgifte: 01-01-2009, regelingnummer: 2009/127/EG)
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
Wanneer een lidstaat vaststelt dat een onder deze richtlijn vallende machine die de CE-markering draagt, vergezeld gaat van de EG-verklaring van overeenstemming en overeenkomstig het gebruiksdoel of in redelijkerwijze voorzienbare omstandigheden wordt gebruikt, de gezondheid of veiligheid van personen of, in voorkomend geval, huisdieren of goederen of, indien van toepassing, het milieu, in gevaar dreigt te brengen, neemt hij alle noodzakelijke maatregelen om deze machine uit de handel te nemen, te verbieden dat zij in de handel wordt gebracht en/of in bedrijf wordt gesteld, dan wel het vrije verkeer van deze machine te beperken.
2.
De lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk van een dergelijke maatregel in kennis met vermelding van de redenen ervoor, in het bijzonder als de niet-overeenstemming het gevolg is van:
- a)
het niet naleven van de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde essentiële eisen;
- b)
de onjuiste toepassing van de in artikel 7, lid 2, bedoelde geharmoniseerde normen;
- c)
een tekortkoming in de in artikel 7, lid 2, bedoelde geharmoniseerde normen zelf.
3.
De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg.
Na dit overleg onderzoekt de Commissie of de door de lidstaat genomen maatregelen al dan niet gerechtvaardigd zijn, en stelt zij de lidstaat die het initiatief heeft genomen, de overige lidstaten alsmede de fabrikant of diens gemachtigde hiervan in kennis.
4.
Wanneer de in lid 1 bedoelde maatregelen zijn ingegeven door een tekortkoming in de geharmoniseerde normen en indien de lidstaat die de maatregelen heeft genomen, deze wil handhaven leidt de Commissie of de lidstaat de in artikel 10 beschreven procedure in.
5.
Wanneer een machine niet met de richtlijn in overeenstemming is en toch van de CE-markering is voorzien, neemt de bevoegde lidstaat passende maatregelen jegens degene die de markering heeft aangebracht en stelt hij de Commissie hiervan in kennis. De Commissie stelt de andere lidstaten in kennis.
6.
De Commissie ziet erop toe dat de lidstaten van het verloop en de resultaten van de procedure op de hoogte worden gehouden.