Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2014/49/EU inzake de depositogarantiestelsels
Artikel 11 bis Preventieve maatregelen
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/804 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/804)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Wanneer de lidstaten het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels voor preventieve maatregelen toestaan, als bedoeld in artikel 11, lid 3, zorgen zij ervoor dat de depositogarantiestelsels de beschikbare financiële middelen voor dergelijke preventieve maatregelen gebruiken, mits aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a)
het verzoek van een kredietinstelling om financiering van dergelijke preventieve maatregelen gaat vergezeld van een nota met maatregelen als bedoeld in artikel 11 ter, lid 1;
- b)
de kredietinstelling heeft de bevoegde autoriteit over de maatregelen in de in artikel 11 ter, lid 1, bedoelde nota geraadpleegd en heeft de opmerkingen van de bevoegde autoriteit over die maatregelen in aanmerking genomen;
- c)
het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is gekoppeld aan voorwaarden die aan de ondersteunde kredietinstelling worden opgelegd en die in elk geval een sterkere risicomonitoring van de kredietinstelling, vergezeld van een governanceregeling die die monitoring bevordert, uitgebreidere controlerechten van het depositogarantiestelsel en frequentere verslaglegging aan de bevoegde autoriteiten omvatten;
- d)
het toepassen van preventieve maatregelen door het depositogarantiestelsel is afhankelijk van de verplichting van de kredietinstelling om de effectieve toegang tot gedekte deposito's te waarborgen;
- e)
de aangesloten kredietinstellingen zijn in staat de buitengewone bijdragen overeenkomstig artikel 11, lid 4, te betalen;
- f)
de kredietinstelling voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, en met betrekking tot eerdere preventieve maatregelen of buitengewone openbare financiële steun is voldaan aan het terugbetalingsschema of de exitstrategie bedoeld in artikel 11 ter, lid 6, van deze richtlijn of in artikel 32 quater, lid 2, punt b), van Richtlijn 2014/59/EU.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels over monitoringsystemen en besluitvormingsprocedures beschikken die geschikt zijn voor de selectie en uitvoering van preventieve maatregelen en voor het monitoren van gerelateerde risico's.
3.
De lidstaten zorgen ervoor dat depositogarantiestelsels alleen preventieve maatregelen kunnen nemen als de aangewezen autoriteit heeft bevestigd dat aan alle voorwaarden van lid 1 is voldaan. De aangewezen autoriteit stelt de bevoegde autoriteit en de afwikkelingsautoriteit daarvan in kennis.
4.
De EBA ontwikkelt richtsnoeren tot nadere bepaling van:
- a)
de in lid 1, punt c), bedoelde voorwaarden;
- b)
de monitoringsystemen en besluitvormingsprocedures waarover depositogarantiestelsels overeenkomstig lid 2 moeten beschikken, gelet op de praktijken van de in artikel 1, lid 2, punt c), bedoelde institutionele protectiestelsels;
- c)
de nadere regelingen voor samenwerking tussen de afwikkelingsautoriteiten, de aangewezen autoriteiten en de bevoegde autoriteiten uit hoofde van de leden 1 en 3 van dit artikel, rekening houdend met de vereisten van artikel 11 ter.