Einde inhoudsopgave
Binnenvaartwet
Artikel 32
Geldend
Geldend vanaf 01-06-2025
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een verbeterblad (28-11-2023).
- Bronpublicatie:
07-06-2023, Stb. 2023, 392 (uitgifte: 07-11-2023, kamerstukken: 36308)
- Inwerkingtreding
01-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-05-2025, Stb. 2025, 125 (uitgifte: 14-05-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
Vervoersrecht / Binnenvaart
1.
Onze Minister kan, voor zover erkenning niet geregeld wordt door de Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, een bewijs van kennis en bekwaamheid voor een of meer vormen van binnenvaart erkennen, indien naar zijn oordeel het bewijs voldoende waarborg biedt dat het vereiste competentieniveau behaald wordt en het veiligheidsniveau voldoende is. Alsdan treedt het bewijs van kennis en bekwaamheid gedeeltelijk in de plaats van het onderzoek of geheel in de plaats van de verklaring, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen, voor zover erkenning niet geregeld wordt door de Richtlijn 2017/2397 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, vaarbewijzen of bewijzen van kennis en bekwaamheid worden erkend die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere geneeskundige verklaringen dan de verklaring, bedoeld in artikel 28, eerste lid.