Einde inhoudsopgave
Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
Artikel 2.7.71
Geldend
Geldend vanaf 01-04-2025
- Redactionele toelichting
Tekst op basis van wetsvoorstel.
- Bronpublicatie:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Inwerkingtreding
01-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
1.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in de artikelen 2.7.62, eerste lid, en 2.7.66, eerste lid, kan de functioneel verschoningsgerechtigde binnen twee weken na de betekening daarvan en de officier van justitie binnen twee weken na de dagtekening beroep instellen bij de rechtbank.
2.
De rechtbank beslist binnen een maand na ontvangst van het beroepschrift. De artikelen 2.7.62, vierde lid, en 2.7.63, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
Beroep in cassatie kan door de functioneel verschoningsgerechtigde worden ingesteld binnen twee weken na de betekening en door de officier van justitie binnen twee weken na dagtekening van de beslissing van de rechtbank.
4.
De Hoge Raad beslist binnen drie maanden na indiening van de schriftuur. De artikelen 5.6.6 en 5.6.7 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor indiening van middelen van cassatie twee weken bedraagt. Artikel 2.7.62, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.