Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 806/2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010
Artikel 76 Opdracht van het Fonds
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 11-05-2028.
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Bij de toepassing van de afwikkelingsinstrumenten op de in artikel 2 bedoelde entiteiten kan de afwikkelingsraad in het kader van de afwikkelingsregeling slechts een beroep doen op het Fonds voor zover dat noodzakelijk is om de effectieve toepassing van de afwikkelingsinstrumenten te verzekeren voor de volgende doeleinden:
- a)
om de activa of verplichtingen van de instelling in afwikkeling, haar dochterondernemingen, een overbruggingsinstelling of een vehikel voor activabeheer te garanderen;
- b)
voor het verstrekken van leningen aan de instelling in afwikkeling, haar dochterondernemingen, een overbruggingsinstelling of een vehikel voor activabeheer;
- c)
voor de aankoop van activa van de instelling in afwikkeling;
- d)
om bij te dragen aan een overbruggingsinstelling en een vehikel voor activabeheer;
- e)
om een compensatie te betalen aan aandeelhouders of crediteuren of, in de artikel 79, lid 1), punt a), en artikel 79, lid 6, bedoelde gevallen, aan het depositogarantiestelsel indien zij na een waardering op grond van artikel 20, lid 5, grotere verliezen hebben geleden dan zij zouden hebben geleden na een waardering op grond van artikel 20, lid 16, in een liquidatie volgens een normale insolventieprocedure;
- f)
om een bijdrage te leveren aan de instelling in afwikkeling in plaats van het afschrijven of het omzetten van verplichtingen van bepaalde crediteuren, wanneer het instrument van bail-in wordt toegepast en er wordt besloten bepaalde crediteuren uit te sluiten van het toepassingsgebied van het instrument van bail-in overeenkomstig artikel 27, lid 5;
- g)
om een combinatie van de punten a) tot en met f) genoemde maatregelen te nemen.
2.
Er kan een beroep op het Fonds worden gedaan om in de context van het instrument van verkoop van de onderneming de in lid 1 genoemde maatregelen te nemen met betrekking tot de koper.
3.
Er kan geen direct beroep op het Fonds worden gedaan om de verliezen van een in artikel 2 bedoelde entiteit te absorberen of om een dergelijke entiteit te herkapitaliseren. Ingeval het beroep op het Fonds voor de doeleinden in lid 1 van dit artikel indirect erin resulteert dat een deel van de verliezen van een in artikel 2 bedoelde entiteit op het Fonds worden afgewenteld, zijn de in artikel 27 opgenomen beginselen inzake het gebruik van het Fonds van toepassing.
3 bis.
Indien lid 3 van toepassing is, wordt elke variabele beloning, met inbegrip van discretionaire pensioenuitkeringen, van de huidige en de voormalige leden van het leidinggevend orgaan en het hoger management van de instelling in afwikkeling voor de perioden vóór het falen van de instelling die niet is uitbetaald of verworven vóór het besluit om afwikkelingsmaatregelen te nemen, geannuleerd. Een variabele beloning, met inbegrip van discretionaire pensioenuitkeringen, die in de 24 maanden voorafgaand aan het besluit om afwikkelingsmaatregelen te nemen is verworven of uitbetaald aan de huidige en de voormalige leden van het leidinggevend orgaan en het hoger management, wordt door hen worden teruggegeven of terugbetaald, tenzij zij aantonen dat zij niet hebben deelgenomen aan of niet verantwoordelijk waren voor het gedrag dat heeft geleid of heeft bijgedragen tot het falen van de instelling in afwikkeling.
Dit lid is niet van toepassing op variabele beloningen, met inbegrip van discretionaire pensioenuitkeringen, die bij een collectieve arbeidsovereenkomst worden geregeld.
4.
De afwikkelingsraad kan het overeenkomstig lid 1, punt f), bijgedragen kapitaal ten hoogste vijf jaar aanhouden.
5.
Indien de in artikel 22, lid 2, punt a) of b), bedoelde afwikkelingsinstrumenten worden gebruikt om slechts een deel van de activa, rechten of passiva van de instelling in afwikkeling over te dragen, heeft de afwikkelingsraad een vordering op de resterende entiteit voor alle kosten en verliezen van het Fonds als gevolg van bijdragen aan de afwikkeling op grond van de leden 1 en 2 van dit artikel in verband met verliezen die crediteuren anders zouden hebben gedragen.
6.
De in lid 5 van dit artikel en in artikel 22, lid 6, van deze verordening bedoelde vorderingen van de afwikkelingsraad hebben in elke deelnemende lidstaat dezelfde rang als de vorderingen van de nationale afwikkelingsfinancieringsregelingen in het nationale recht van die lidstaat dat de normale insolventieprocedure op grond van artikel 108, lid 9, van Richtlijn 2014/59/EU beheerst.