Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 806/2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010
Artikel 69 Streefbedrag
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 11-05-2028.
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Uiterlijk aan het eind van een initiële periode van acht jaar vanaf 1 januari 2016 of anders vanaf de datum waarop dit lid krachtens artikel 99, lid 6, van toepassing wordt, bereiken de beschikbare financiële middelen van het Fonds ten minste 1 % van het bedrag van de gedekte deposito's van alle instellingen waaraan in alle deelnemende lidstaten vergunning is verleend.
2.
Tijdens de in lid 1 bedoelde initiële periode worden de overeenkomstig artikel 70 berekende en overeenkomstig artikel 67, lid 4, geïnde bijdragen aan het Fonds zo evenwichtig mogelijk in de tijd gespreid totdat het streefbedrag bereikt is, waarbij evenwel terdege rekening wordt gehouden met de conjunctuurcyclus en met het mogelijke effect van procyclische bijdragen op de financiële positie van de instellingen die de bijdragen betalen.
3.
De afwikkelingsraad verlengt de in lid 1 bedoelde initiële periode met ten hoogste vier jaar in het geval dat het Fonds gecumuleerde uitbetalingen van meer dan 0,5 % van het totale in lid 1 bedoelde bedrag aan gedekte deposito's verricht en indien aan de criteria van de in lid 5, punt b), bedoelde gedelegeerde handeling wordt voldaan.
4.
Indien de beschikbare financiële middelen niet volstaan om het in lid 1 van dit artikel vermelde streefbedrag te bereiken, worden de overeenkomstig artikel 70 berekende vooraf te betalen bijdragen geïnd totdat het streefbedrag is bereikt. De afwikkelingsraad kan de inning van de overeenkomstig artikel 70 geïnde vooraf te betalen bijdragen tot drie jaar uitstellen om ervoor te zorgen dat het te innen bedrag een bedrag bereikt dat in verhouding staat tot de kosten van de inningsprocedure, mits een dergelijk uitstel de capaciteit van de afwikkelingsraad om het Fonds op grond van afdeling 3 te gebruiken, niet wezenlijk aantast. Indien de beschikbare financiële middelen minder dan twee derde van het streefbedrag bedragen, worden de bijdragen vastgesteld op een niveau dat het mogelijk maakt dat het streefbedrag binnen een redelijke termijn van ten hoogste zes jaar wordt bereikt.
Indien het netto geaccumuleerde gebruik van het Fonds over de afgelopen drie jaar, dat mogelijk is gemaakt door de bijdrage van depositogarantiestelsels overeenkomstig artikel 79, lid 4, echter de drempel van 20 % van het streefbedrag van het Fonds heeft bereikt en de beschikbare financiële middelen zijn teruggebracht tot minder dan twee derde van het streefbedrag, dan worden de vooraf te betalen bijdragen die door dat gebruik noodzakelijk zijn geworden, vastgesteld op een niveau dat het mogelijk maakt dat het streefbedrag binnen tien jaar wordt bereikt.
Bij het vaststellen van de jaarlijkse vooraf te betalen bijdragen in het kader van dit lid wordt terdege rekening gehouden met de conjunctuurcyclus en met het mogelijke effect van procyclische bijdragen.
5.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 93 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het volgende te bepalen:
- a)
de criteria voor de spreiding in de tijd van de overeenkomstig lid 2 berekende bijdragen aan het Fonds;
- b)
de criteria om het aantal jaren te bepalen waarmee de in lid 1 bedoelde initiële opbouwperiode uit hoofde van lid 3 kan worden verlengd;
- c)
de criteria om de jaarlijkse bijdragen te bepalen waarin lid 4 voorziet.