Einde inhoudsopgave
Waterschapswet
Artikel 117 [Watersysteemheffing]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
10-02-2025, Stb. 2025, 63 (uitgifte: 14-03-2025, kamerstukken: 36412)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2025, Stb. 2025, 101 (uitgifte: 18-04-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Waterschapsbelastingen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan het beheer van watersystemen wordt onder de naam watersysteemheffing een heffing geheven van hen die:
- a.
ingezetenen zijn;
- b.
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen;
- c.
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van natuurterreinen;
- d.
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken.
2.
Uit de opbrengsten van de watersysteemheffing worden tevens de op grond van artikel 7.24 van de Waterwet verschuldigde bijdragen bekostigd.
3.
Voorts kan de opbrengst van de watersysteemheffing tevens worden besteed aan de bekostiging van maatregelen voor het opwekken van hernieuwbare energie ter compensatie van de uitstoot van broeikasgassen, die vrijkomen als gevolg van het beheer van watersystemen en die in redelijkheid niet te vermijden zijn. De hoeveelheid op te wekken hernieuwbare energie mag niet hoger zijn dan tweemaal het primaire energiegebruik van het betreffende waterschap benodigd voor het beheer van watersystemen.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop het primaire energiegebruik wordt bepaald.