Einde inhoudsopgave
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Artikel 13 Beschikbaarheid van andere personen om getuigenverklaringen af te leggen of om medewerking te verlenen aan onderzoeken
Geldend
Geldend vanaf 01-06-1991
- Bronpublicatie:
26-10-1988, Trb. 1989, 13 (uitgifte: 23-01-1989, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-06-1991
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-06-1991, Trb. 1991, 89 (uitgifte: 01-01-1991, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
1.
De verzoekende Staat kan de aangezochte Staat verzoeken om rechtshulp bestaande uit het verkrijgen van de beschikking over een persoon om als getuige op te treden in een strafzaak in de verzoekende Staat, tenzij deze persoon de verdachte is, of om medewerking te verlenen aan onderzoeken met betrekking tot een strafzaak in de verzoekende Staat.
2.
De aangezochte Staat nodigt, wanneer deze de zekerheid heeft verkregen dat de verzoekende Staat bevredigende regelingen voor de veiligheid van deze persoon zal treffen, de betrokkene uit om als getuige te verschijnen of medewerking te verlenen aan onderzoeken en licht de betrokkene in over de voorwaarden en beschermende maatregelen met betrekking tot zijn of haar aanwezigheid in de verzoekende Staat.