Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 806/2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010
Artikel 31 Samenwerking binnen het GAM
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 11-06-2026.
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/808 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/808)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De afwikkelingsraad verricht zijn taken in nauwe samenwerking met de nationale afwikkelingsautoriteiten. De afwikkelingsraad keurt, in samenwerking met de nationale afwikkelingsautoriteiten, een kader goed om de praktische regelingen voor de uitvoering van dit artikel te organiseren, en maakt dit openbaar.
Met het oog op een effectieve en samenhangende toepassing van dit artikel:
- a)
formuleert de afwikkelingsraad richtsnoeren en richt hij algemene instructies tot de nationale afwikkelingsautoriteiten, die overeenkomstig die richtsnoeren en algemene instructies de taken verrichten en afwikkelingsbesluiten vaststellen;
- b)
kan de afwikkelingsraad te allen tijde de in de artikelen 34 tot en met 37 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
- c)
kan de afwikkelingsraad daarnaast, ad hoc of op permanente basis, de nationale afwikkelingsautoriteiten verzoeken om informatie over de uitvoering van de door hen op grond van artikel 7, lid 3, verrichte taken;
- d)
ontvangt de afwikkelingsraad van de nationale afwikkelingsautoriteiten ontwerpbesluiten waarover hij zijn standpunt kenbaar kan maken en ten aanzien waarvan hij met name kan wijzen op elementen in het ontwerpbesluit die niet in overeenstemming zijn met deze verordening of met de algemene instructies van de afwikkelingsraad.
Met het oog op de evaluatie van afwikkelingsplannen kan de afwikkelingsraad de nationale afwikkelingsautoriteiten verzoeken de afwikkelingsraad alle informatie toe te zenden die zij overeenkomstig artikel 11 en artikel 13, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU hebben verkregen, onverminderd hoofdstuk 5 van deze titel.
2.
Artikel 13, leden 4 tot en met 10, en de artikelen 88 tot en met 92 van Richtlijn 2014/59/EU zijn niet van toepassing in de betrekkingen tussen de nationale afwikkelingsautoriteiten. Het gezamenlijke besluit en besluiten die zijn genomen bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit als bedoeld in artikel 45 nonies, van Richtlijn 2014/59/EU zijn niet van toepassing. In de plaats daarvan zijn de desbetreffende bepalingen van deze verordening van toepassing.
3.
Voor de in artikel 7, lid 2, van deze verordening bedoelde entiteiten en groepen, en voor de in artikel 7, lid 4, punt b), en artikel 7, lid 5, van deze verordening bedoelde entiteiten en groepen, indien aan de voorwaarden voor de toepassing van die bepalingen is voldaan, raadplegen de nationale afwikkelingsautoriteiten de afwikkelingsraad alvorens op grond van artikel 86 van Richtlijn 2014/59/EU te handelen.
De nationale afwikkelingsautoriteiten stellen een passende termijn vast waarbinnen de afwikkelingsraad op het verzoek om raadpleging moet reageren, die niet korter mag zijn dan twee werkdagen na de indiening van het verzoek door de nationale afwikkelingsautoriteit. Indien de afwikkelingsraad zijn standpunt niet binnen die termijn kenbaar maakt of om verlenging van die termijn verzoekt, wordt ervan uitgegaan dat hij geen opmerkingen heeft.