Einde inhoudsopgave
Besluit huis- en hobbydierenlijst
Artikel 3 Overgangsrecht voor het houden van dieren van niet aangewezen soorten
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2024
- Bronpublicatie:
17-04-2024, Stcrt. 2024, 13041 (uitgifte: 01-05-2024, regelingnummer: WJZ/ 52639951)
- Inwerkingtreding
01-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-04-2024, Stcrt. 2024, 13041 (uitgifte: 01-05-2024, regelingnummer: WJZ/ 52639951)
- Vakgebied(en)
Dierenrecht / Dierenwelzijn
1.
Aan degene die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit dieren houdt van een soort die niet is aangewezen in artikel 1, wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren voor het houden van de op dat moment gehouden dieren, en wanneer een dier op dat moment drachtig is, voor het houden van de desbetreffende nakomelingen van dat dier.
2.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is uitsluitend van toepassing op dieren ten aanzien waarvan de houder een maatregel heeft getroffen om te voorkomen dat het zich voortplant.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die het houderschap van een dier als bedoeld in het eerste lid heeft overgenomen.
4.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste of derde lid, is niet van toepassing op dieren ten aanzien waarvan de houder niet aannemelijk kan maken dat is voldaan aan het eerste en tweede lid.