Einde inhoudsopgave
Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Artikel 2.5 Het griffierecht (de artikelen 8:41 en 6:15 van de Awb)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-06-2025, Stcrt. 2025, 20750 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Vreemdelingenprocesrecht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
1.
De griffier deelt de indiener binnen twee weken na de ontvangst van het beroepschrift mee welk griffierecht verschuldigd is en dat het griffierecht binnen vier weken moet worden voldaan. De griffier verzendt deze mededeling per gewone post. Als na de verzending van de mededeling per gewone post de termijn waarbinnen moet worden betaald, is verstreken en het verschuldigde griffierecht niet is ontvangen, verzendt de griffier de mededeling om het griffierecht binnen vier weken te voldoen per aangetekende brief. De griffier kan de mededeling in afwijking van de tweede en derde volzin als digitaal wordt geprocedeerd, ook verzenden door plaatsing in het digitale dossier. De griffier zendt geen mededeling als het griffierecht wordt verrekend met een rekening-courantverhouding met de gerechten.
2.
In de volgende gevallen kan de griffier volstaan met het eenmaal verzenden van deze mededeling:
- —
de rechtbank behandelt het beroep versneld;
- —
het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- —
een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend.
De griffier verzendt in die gevallen de mededeling per aangetekende brief of plaatst deze in het digitale zaaksdossier.
3.
De griffier heft geen griffierecht als de rechtbank het beroepschrift met toepassing van artikel 6:15, eerste of tweede lid, van de Awb doorzendt aan een bestuursorgaan of een bestuursrechter van een ander gerecht.
4.
Als de rechtbank, nadat griffierecht is geheven, het beroepschrift doorzendt aan of de zaak verwijst naar de bestuursrechter van een ander gerecht, bericht de griffier degene aan wie is doorgezonden of naar wie is verwezen zo spoedig mogelijk over de ontvangst van het griffierecht. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de overdracht van een vreemdelingenzaak aan een andere zittingsplaats.
5.
De griffier betaalt het griffierecht na ontvangst terug als griffierecht is geheven voordat:
- —
de rechtbank het beroepschrift doorzendt aan een bestuursorgaan ter behandeling als bezwaarschrift of administratief-beroepschrift;
- —
de rechtbank het beroepschrift doorzendt aan een hogerberoepsrechter ter behandeling als hogerberoepschrift of doorzendt aan de Hoge Raad als beroepschrift in cassatie.
6.
Als het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald, betaalt de griffier het eventueel na de termijn betaalde griffierecht voor dat beroep terug.
7.
Als de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroepschrift, heft de griffier geen griffierecht. Is wel griffierecht betaald, dan betaalt de griffier dit terug.