Einde inhoudsopgave
Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Artikel 13
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-12-2025, Stcrt. 2025, 43782 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: WJZ/99470189)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Energierecht (V)
1.
De Minister deelt de op grond van artikel 2.58, vijfde lid, van de Energiewet, artikel 26 van de Warmtewet of artikel 3, vierde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong gemandateerde per productie-installatie de locatiegegevens, de ean-code en andere voor de subsidieverlening relevante informatie mee.
2.
De op grond van artikel 2.58, vijfde lid, van de Energiewet, artikel 26 van de Warmtewet of artikel 3, vierde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong gemandateerde deelt de Minister per productie-installatie het aantal kWh waarvoor garanties van oorsprong is verstrekt en andere voor de subsidieverlening relevante informatie mee.