Einde inhoudsopgave
Landsverordening comptabiliteit 2010 [Curaçao]
Artikel 40
Geldend
Geldend vanaf 19-09-2015
- Bronpublicatie:
14-09-2015, Publicatieblad van Curaçao 2015, 50 (uitgifte: 18-09-2015, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
19-09-2015
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-09-2015, Publicatieblad van Curaçao 2015, 50 (uitgifte: 18-09-2015, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën / Rijksfinanciën
Overheidsfinanciën / Begroting
1.
Door de Minister van Financiën indien het hemzelf aangaat, dan wel door de minister die het aangaat gezamenlijk met de Minister van Financiën, wordt per functie, zonodig nader onderverdeeld naar sector, directie of organisatie, de secretaris-generaal, de directeur onderscheidenlijk het hoofd aangewezen die namens de minister die het aangaat, doch zonder zijn voorafgaande machtiging, privaatrechtelijke rechtshandelingen mag verrichten die voortvloeien uit een besluit tot het aangaan van financiële verplichtingen, tot aan de in het betreffende besluit aangeduide bedragen welke in de begroting waarover hij het beheer heeft voorkomen. De minister, die verschuivingen wil aanbrengen tussen functies van zijn ministerie, zal daarvoor de organisatie onderdelen raadplegen.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter van de Staten, de president van het Hof van Justitie, de ondervoorzitter van de Raad van Advies, de secretaris van de Algemene Rekenkamer, de Ombudsman en de secretaris van de Sociaal Economische Raad.
3.
De namen en functies van degenen die op grond van het eerste lid zijn gemachtigd, alsmede tot welke bedragen zij gemachtigd zijn, worden door de Minister van Financiën bijgehouden in een register, dat na elke wijziging, maar in elk geval iedere zes maanden, wordt gepubliceerd. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrichting en publicatie van dit register.
4.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid, dat te allen tijde door de betrokken minister, onderscheidenlijk ministers, kan worden ingetrokken of gewijzigd, treedt in werking met ingang van de dag waarop het door de Minister van Financiën is ondertekend. Dit is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid.
5.
Van alle besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt, zodra zij in werking zijn getreden, door of namens de Minister van Financiën een afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de accountant van het Land.
6.
Privaatrechtelijke handelingen betreffende het aangaan van financiële verplichtingen als bedoeld in het eerste lid zijn nietig indien zij zijn aangegaan door personen die daartoe niet of niet voldoende gemachtigd zijn conform het in het eerste lid aangeduide besluit.
7.
In afwijking van het zesde lid is een rechtshandeling als bedoeld in dat lid wel rechtsgeldig als de bevoegdheid tot het aangaan van de betreffende verplichting blijkt uit een ten behoeve van die rechtshandeling verstrekte schriftelijke machtiging. Een dergelijke machtiging wordt slechts in incidentele gevallen door de Minister Financiën verstrekt.