Einde inhoudsopgave
Voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
Artikel 4.2.6
Geldend
Geldend vanaf 01-04-2025
- Redactionele toelichting
Tekst op basis van wetsvoorstel.
- Bronpublicatie:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Inwerkingtreding
01-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-04-2025, Kamerstukken 2025, 36327 (uitgifte: 01-04-2025, kamerstukken: 36327-C)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
1.
Tot het nemen van elke rechterlijke beslissing op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk kan door de officier van justitie een vordering en door de verdachte een verzoek worden gedaan, tenzij de wet anders bepaalt.
2.
Tot het nemen van de rechterlijke beslissing op grond van artikel 4.2.3, eerste lid, tweede zin, kan ook een verzoek worden gedaan door de getuige, de deskundige, het slachtoffer en de persoon die op grond van artikel 1.5.8 het spreekrecht kan uitoefenen.
3.
De vorderingen en verzoeken worden gemotiveerd.
4.
De rechterlijke beslissingen op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk worden gemotiveerd voor zover dat voor de begrijpelijkheid van die beslissingen noodzakelijk is. De beslissingen worden op de terechtzitting uitgesproken.