Einde inhoudsopgave
Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 6.16 Duikarbeid
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2025
- Bronpublicatie:
04-11-2024, Stb. 2024, 332 (uitgifte: 08-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-11-2024, Stb. 2024, 375 (uitgifte: 03-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Ministerie van Algemene Zaken
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Ministerie van Justitie
Ministerie van Defensie
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
1.
Duikarbeid wordt verricht door een of meer duikers die worden bijgestaan door een reserveduiker en een duikploegleider.
2.
De reserveduiker verricht slechts duikarbeid bestaande uit het verlenen van hulp aan en het redden van in moeilijkheden geraakte duikers. Bij het gebruikt van een duikklok is de reserveduiker in de klok aanwezig.
3.
De werkzaamheden als duikploegleider worden uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die:
- a.
is geregistreerd als duikploegleider in het Register civiele duikarbeid;
- b.
is geregistreerd als duikploegleider in het Register duikarbeid brandweer en politie; of
- c.
door Onze Minister van Defensie als duikploegleider is geregistreerd overeenkomstig artikel 1.30, derde lid.
4.
In afwijking van het eerste lid, mag de duikploegleider tevens als reserveduiker optreden, indien duikarbeid wordt verricht in een vloeistof die in overwegende mate uit water bestaat met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 meter per seconde en waarbij geen voorzienbare kans bestaat dat de duikers in die vloeistof in moeilijkheden raken.
5.
De duiker en de duikploegleider houden de verrichte duikarbeid onderscheidenlijk de daarbij verleende bijstand bij in een persoonlijk logboek dat ten minste de bij ministeriële regeling bepaalde informatie bevat.
6.
De werkzaamheden als duiker en de reserveduiker worden uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die:
- a.
is geregistreerd als duiker in het Register civiele duikarbeid;
- b.
is geregistreerd als duiker in het Register duikarbeid brandweer en politie; of
- c.
door Onze Minister van Defensie als duiker is geregistreerd overeenkomstig artikel 1.30, derde lid.
7.
De werkzaamheden als duikmedisch begeleider, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onderdeel c, worden uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die:
- a.
is geregistreerd als duikmedisch begeleider in het Register civiele duikarbeid;
- b.
is geregistreerd als duikmedisch begeleider in het Register duikarbeid brandweer en politie; of
- c.
door Onze Minister van Defensie is geregistreerd als duikmedisch begeleider overeenkomstig artikel 1.30, derde lid.
8.
Een duikploegleider kan tegelijkertijd als duikmedisch begeleider optreden, mits hij tevens beschikt over een registratie als duikmedisch begeleider als bedoeld in het zevende lid en hij niet tevens als reserveduiker optreedt als bedoeld in het vierde lid.
9.
Een duikploegleider die tevens als duikmedisch begeleider optreedt kan, in afwijking van het eerste lid, tevens tegelijkertijd als reserveduiker optreden indien:
- a.
de duikarbeid wordt verricht in een vloeistof die in overwegende mate uit water bestaat met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 meter per seconde;
- b.
geen voorzienbare kans bestaat dat de duikers in die vloeistof in moeilijkheden raken; en
- c.
nabij de plaats waar de arbeid wordt verricht een persoon aanwezig is die de duikers uit het water kan halen en die de noodprocedures kent.
10.
Een bewijs van registratie of herregistratie als duiker, duikploegleider of duikmedisch begeleider dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig.
11.
Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing.
12.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in het derde, zesde en zevende lid.