Einde inhoudsopgave
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Artikel 13 Vrijgeleide
Geldend
Geldend vanaf 01-05-1992
- Redactionele toelichting
Dit artikel is gecorrigeerd via een rectificatie (Trb. 2011, 210).
- Bronpublicatie:
01-05-1991, Trb. 1991, 85 (uitgifte: 10-06-1991, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-05-1992
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
29-04-1992, Trb. 1992, 69 (uitgifte: 01-01-1992, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Internationaal strafrecht / Algemeen
1.
Dit artikel is van toepassing op personen die ermee instemmen een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan een onderzoek in de verzoekende Staat ingevolge verzoeken op grond van artikel 11 of 12.
2.
Een zodanige persoon mag tijdens het verblijf in de verzoekende Staat niet:
- a.
in die Staat in detentie worden genomen, worden vervolgd of gestraft wegens enig strafbaar feit, of worden blootgesteld aan enige burgerrechtelijke rechtsvordering waaraan de betrokkene niet anderszins kon worden blootgesteld, met betrekking tot enig handelen of nalaten welk voorafging aan het vertrek van de betrokkene uit de aangezochte Staat; of
- b.
zonder zijn toestemming worden verplicht te getuigen in een andere procedure dan de procedure waarop het verzoek betrekking heeft.
3.
Het tweede lid is niet langer van toepassing wanneer de betrokkene vrijelijk kan vertrekken, doch de verzoekende Staat niet heeft verlaten binnen vijftien dagen nadat hem officieel is medegedeeld dat zijn verdere aanwezigheid niet langer is vereist, ofwel na die Staat te hebben verlaten is teruggekeerd.
4.
Degene die verschijnt voor een autoriteit in de verzoekende Staat mag niet worden blootgesteld aan vervolging wegens de afgelegde getuigenis, behalve in verband met meineed.
5.
Degene die ingevolge een verzoek van Canada als getuige verschijnt, kan weigeren te antwoorden indien hij daartoe het recht heeft krachtens het recht van Canada. Indien de betrokkene wegens zijn beroep een verschoningsrecht of -plicht heeft krachtens de wetten van het Koninkrijk der Nederlanden, omdat het verlangde antwoord betrekking heeft op beschermde informatie, streven de desbetreffende bevoegde autoriteiten van Canada ernaar te waarborgen dat de betrokkene niet wordt gedwongen zodanige informatie te openbaren.
6.
Degene die ingevolge een verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden als getuige verschijnt, kan weigeren te antwoorden indien hij een verschoningsrecht of -plicht heeft krachtens de wetten van het Koninkrijk der Nederlanden of van Canada.
7.
Indien een persoon in de verzoekende Staat zich erop beroept dat er krachtens het recht van de aangezochte Staat een verschoningsrecht of -plicht bestaat, verstrekt de aangezochte Staat de verzoekende Staat een schriftelijke verklaring ter zake van een door de centrale autoriteit van de aangezochte Staat aangewezen persoon.
8.
De verzoekende Staat stelt een persoon wiens getuigenis of medewerking aan een onderzoek wordt verzocht in kennis van zijn recht op de hoogte te worden gesteld van de rechten, bescherming en verplichtingen die op grond van de wetten van de verzoekende Staat voor deze persoon gelden.