Einde inhoudsopgave
Binnenvaartwet
Artikel 27
Geldend
Geldend vanaf 01-06-2025
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een verbeterblad (28-11-2023).
- Bronpublicatie:
07-06-2023, Stb. 2023, 392 (uitgifte: 07-11-2023, kamerstukken: 36308)
- Inwerkingtreding
01-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-05-2025, Stb. 2025, 125 (uitgifte: 14-05-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
Vervoersrecht / Binnenvaart
1.
Een vaarbewijs een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of bewijs van vrijstelling of ontheffing, bedoeld in artikel 31, wordt niet afgegeven aan degene:
- a.
die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, behalve in de gevallen waarbij bij in de voorschriften gesteld op grond van artikel 26a een lagere leeftijd wordt bepaald waarop een kwalificatiecertificaat voor een bemanningslid dat geen schipper is kan worden behaald;
- b.
van wie het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning, vaarbewijs, het bewijs van vrijstelling of het bewijs van ontheffing ongeldig is verklaard, gedurende de termijn van ongeldigheid;
- c.
aan wie ingevolge artikel 35b van de Scheepvaartverkeerswet de bevoegdheid tot het voeren van schepen is ontzegd, gedurende de termijn van ontzegging; of
- d.
van wie het bewijs met toepassing van de artikelen 35a of 35c van de Scheepvaartverkeerswet is ingenomen en niet is teruggegeven.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs mede verstaan een vaarbewijs of de specifieke vergunning, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woont.