Einde inhoudsopgave
Sanctieregeling Iran 2012
Artikel 5
Geldend
Geldend vanaf 06-03-2026
- Redactionele toelichting
Het verbod, bedoeld in dit artikel, zoals gewijzigd bij deze wijzigng, geldt niet voor het aanbieden van kennis als bedoeld in dat artikel aan de personen ten aanzien van wie de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, geadviseerd heeft over een risico op overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 4bis en artikel 4ter van Verordening (EU) nr. 267/2012.
- Bronpublicatie:
26-02-2026, Stcrt. 2026, 8587 (uitgifte: 05-03-2026, regelingnummer: BZ2625435)
- Inwerkingtreding
06-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-02-2026, Stcrt. 2026, 8587 (uitgifte: 05-03-2026, regelingnummer: BZ2625435)
- Vakgebied(en)
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Het is verboden om gespecialiseerde kennis die rechtstreeks of middellijk bijdraagt of kan bijdragen aan proliferatiegevoelige activiteiten van Iran of aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens in Iran aan te bieden aan personen die niet beschikken over een ontheffing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft onderwijs en onderzoek aan een rechtspersoon die een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opgenomen instelling of academisch ziekenhuis in stand houdt of is.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, strekt zich niet uit tot de verstrekking van kennis in het kader van bacheloropleidingen en associate degree-opleidingen als bedoeld in artikel 7.3a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3.
In de bij deze regeling behorende bijlage wordt vermeld op welke gebieden van onderwijs en onderzoek het verbod, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
4.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verleent de gevraagde ontheffing tenzij hij het risico onaanvaardbaar groot acht dat het aanbieden van de bedoelde kennis aan de persoon voor wie de ontheffing is gevraagd, zal bijdragen aan proliferatiegevoelige activiteiten van Iran of aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens in Iran.
5.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid.
6.
Voor zover deze noodzakelijk zijn voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt.