FED 1993/562:Een gas- en waterdistributiebedrijf verricht voor twee waterschappen werkzaamheden bestaande uit het laten meelopen in de eigen facturen (meeliften) van de door de waterschappen geheven verontreinigingsheffingen. De ontvangen bedragen geeft het distributiebedrijf door aan de waterschappen. Als niet wordt betaald, geeft het bedrijf de vordering terug aan de waterschappen. In geschil is of de dienst van het distributiebedrijf aan de waterschappen valt onder de vrijstelling van art. 11, eerste lid, onderdeel 2°, Wet OB 1968. Het Hof 's-Hertogenbosch acht de vrijstelling (handelingen betreffende schuldvorderingen) van toepassing. De Hoge Raad oordeelt dat de diensten tevens inhouden dat het distributiebedrijf ten aanzien van de inning handelend optreedt. De diensten moeten daarom worden aangemerkt als 'handelingen betreffende de invordering van schuldvorderingen' als bedoeld in de voormelde wetsbepaling in de Wet OB 1968 en art. 13 B, onderdeel d, derde lid van de Zesde richtlijn. Vrijstellingsbepalingen dienen strikt te worden uitgelegd. Er bestaat geen reden om de bepalingen die ertoe strekken om een vrijstelling te beperken, eveneens strikt uit te leggen.