FED 1997/420
Onbenutte winstrealisatiemogelijkheid impliceert middellijke uitdeling
HR 26-03-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2116, m.nt. L.G.M. Stevens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 1997
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Pos; Beukenhorst
- Zaaknummer
31995
- Noot
L.G.M. Stevens
- LJN
AA2116
- JCDI
JCDI:ADS226864:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA2116, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑1997
- Wetingang
Art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Onbenutte winstrealisatiemogelijkheid impliceert middellijke uitdeling
Samenvatting
Een aandelenvennootschap laat ten gunste van personen uit de persoonlijke interessesfeer van haar middellijke aandeelhouder winstrealisatiemogelijkheden onbenut. Feitelijk is vastgesteld dat dit op basis van onzakelijke overwegingen is geschied. Derhalve is sprake van een middellijke uitdeling van de winst.
Uitspraak
Het geschil betreft de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1988.
VASTSTAAT:
2.1 In het onderhavige jaar is belanghebbende, geboren in 1946, enig aandeelhouder van drie besloten vennootschappen, te weten C BV, D BV en E BV. Laatstvermelde vennootschap is een zogenoemde lege vennootschap. D BV is een door belanghebbende aangekochte zogenoemde turbo-vennootschap, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.