FED 1992/656
Nadat een activum op de lagere bedrijfswaarde is gewaardeerd, brengt, in geval in een volgend jaar die bedrijfswaarde is gestegen, goed koopmansgebruik met zich dat waardering naar die hogere bedrijfswaarde plaatsvindt. Bij wijziging van de bestemming van een activum verandert de kostprijs van dit activum niet. Ook dan dient zo'n herwaardering plaats te vinden.
HR 18-03-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC4933, m.nt. R.P.C. Cornelisse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 1992
- Magistraten
Jansen; Linde, Van Der; Bellaart; Korthals Altes; Moor, De
- Zaaknummer
27 918
- Noot
R.P.C. Cornelisse
- LJN
ZC4933
- JCDI
JCDI:ADS209807:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC4933, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑1992
- Wetingang
Art. 9 Wet IB 1964
Essentie
Nadat een activum op de lagere bedrijfswaarde is gewaardeerd, brengt, in geval in een volgend jaar die bedrijfswaarde is gestegen, goed koopmansgebruik met zich dat waardering naar die hogere bedrijfswaarde plaatsvindt. Bij wijziging van de bestemming van een activum verandert de kostprijs van dit activum niet. Ook dan dient zo'n herwaardering plaats te vinden.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1983.
Vaststaat:
2.1. Belanghebbende exploiteert bedrijfsmatig onroerend goed.
Tot deze onderneming behoort een aandeel in de vennootschap onder firma A. De vennootschap heeft onder meer tot doel het ontwikkelen van bouwprojecten en het verkrijgen, vervreemden en exploiteren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.