FED 1998/351
Toepassing foutenleer. Liquiditeitsproblemen vormen geen grond voor redelijke tegemoetkoming als bedoeld in BNB 1989/1
HR 22-04-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2432, m.nt. G.Th.K. Meussen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 1998
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Meij; Vliet, van
- Zaaknummer
33028
- Noot
G.Th.K. Meussen
- LJN
AA2432
- JCDI
JCDI:ADS227540:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2432, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑1998
- Wetingang
Essentie
Toepassing foutenleer. Liquiditeitsproblemen vormen geen grond voor redelijke tegemoetkoming als bedoeld in BNB 1989/1
Samenvatting
Verhuur onderneming is geëvolueerd tot verhuur onroerende zaak. De onderneming is gestaakt en afrekening dient plaats te vinden op basis van toepassing van de foutenleer.
Waarde verontreinigde grond in het kader van de berekening van de stakingswinst. De keuze en de waardering van dienaangaande door partijen ingebrachte bewijsmiddelen berust bij het hof en kan in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Uitspraak hof is op dit punt bovendien ook niet onbegrijpelijk.
Er is geen grond aanwezig voor een redelijke tegemoetkoming ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.