FED 1995/283
Art. 18 WVO; art. 2 Heffingsverordening zuiveringsbeheer van de provincie Groningen. Begrip woonruimte: beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ruimte bewoond door vijf studenten in casu niet gelijk te stellen met ruimte bewoond door een gezin.
HR 08-02-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3024, m.nt. E.W.L. Metzemaekers-Beks
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 februari 1995
- Magistraten
Stoffer; Wildeboer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
30155
- Noot
E.W.L. Metzemaekers-Beks
- LJN
AA3024
- JCDI
JCDI:ADS227424:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3024, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑02‑1995
- Wetingang
Art. 18 WVO
Essentie
Art. 18 WVO; art. 2 Heffingsverordening zuiveringsbeheer van de provincie Groningen. Begrip woonruimte: beroep op het gelijkheidscommit; beginsel. Ruimte bewoond door vijf studenten in casu niet gelijk te stellen met ruimte bewoond door een gezin.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren (provincie Groningen) 1991.
Vaststaat:
2.1. De belanghebbende was gedurende het jaar 1991 eigenaar en verhuurder van het perceel b-straat 1 te Groningen (nader: het perceel). Voor het onderhavige jaar is hij ten aanzien van dit perceel door GS aangeslagen in de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren naar een aantal van 13 vervuilingseenheden (nader: VE).
2.2. Het perceel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.