6 Terzijdestelling kortgedingvonnis in bodemgeschil
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. P. de Bruin, voorheen bewerkt door mr. M.B. Beekhoven van den Boezem, actueel t/m 29-03-2025
Actueel t/m
29-03-2025
Tijdvak
01-01-1978 tot: -
Auteur
mr. P. de Bruin, voorheen bewerkt door mr. M.B. Beekhoven van den Boezem
Een andere situatie doet zich voor wanneer, na een vonnis in kort geding op grond waarvan dwangsommen zijn verbeurd, een andersluidend vonnis in het bodemgeschil1 wordt gewezen. De vraag rijst dan of de door de veroordeelde in de periode gelegen tussen de betekening van het kortgedingvonnis en de uitspraak van de bodemrechter verbeurde dwangsommen definitief zijn. De Hoge Raad heeft deze vraag in een constante jurisprudentie bevestigend beantwoord, onder andere in het arrest Kempkes/Samson.2 In zijn zeer uitvoerige noot onder dit arrest (NJ 1990/434) laat W.H. Heemskerk zich over het oordeel van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 611c Rv, aant. 6
6 Terzijdestelling kortgedingvonnis in bodemgeschil
mr. P. de Bruin, voorheen bewerkt door mr. M.B. Beekhoven van den Boezem, actueel t/m 29-03-2025
29-03-2025
01-01-1978 tot: -
mr. P. de Bruin, voorheen bewerkt door mr. M.B. Beekhoven van den Boezem
GS Burgerlijke Rechtsvordering, art. 611c Rv, aant. 6
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
tenuitvoerlegging
burgerlijk procesrecht
dwangsom
rechtsvordering
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 611c
Een andere situatie doet zich voor wanneer, na een vonnis in kort geding op grond waarvan dwangsommen zijn verbeurd, een andersluidend vonnis in het bodemgeschil1 wordt gewezen. De vraag rijst dan of de door de veroordeelde in de periode gelegen tussen de betekening van het kortgedingvonnis en de uitspraak van de bodemrechter verbeurde dwangsommen definitief zijn. De Hoge Raad heeft deze vraag in een constante jurisprudentie bevestigend beantwoord, onder andere in het arrest Kempkes/Samson.2 In zijn zeer uitvoerige noot onder dit arrest (NJ 1990/434) laat W.H. Heemskerk zich over het oordeel van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.